Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

goedkoop

betekenis & definitie

goedkoop - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: goed-koop

1. wat weinig geld kost
♢ op de markt is het fruit goedkoop
1. goedkoop is duurkoop
[met goedkope spullen ben je uiteindelijk duurder uit]
2. goedkoop werken
[voor een laag loon]
2. met weinig waarde, zonder stijl
♢ hij maakte een goedkope opmerking
1. goedkope grapjes
[flauwe grapjes waar al gauw om gelachen wordt]
2. een goedkoop effect
[met voor de hand liggende middelen bereikt]

Bijvoeglijk naamwoord: goed-koop
... is goedkoper dan ...
het goedkoopst
de/het goedkope ...
iets goedkoops

Synoniemen
ordinair, voordelig

Tegenstellingen
onvoordelig