Wat is de betekenis van goedkoop?

2019
2021-12-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

goedkoop

goedkoop - Bijvoeglijk naamwoord 1. (handel) laag in prijs Een goedkoop hotel. 2. (figuurlijk) eenvoudig of slecht bedacht Een goedkope leugen. Een ontzettend goedkope truc. Uitdrukkingen en gez...

Lees verder
2018
2021-12-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

goedkoop

goedkoop - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: goed-koop 1. wat weinig geld kost ♢ op de markt is het fruit goedkoop 1. goedkoop is duurkoop [met goedkope spullen ben je uiteindelijk duurder uit]...

Lees verder
1998
2021-12-01
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

goedkoop

1. Een slag goedkoop winnen: met een relatief lage kaart. 2. Een goedkope uitnemer: uitnemer die niet veel down gaat en derhalve weinig punten kost (oftewel een ‘koopje’).

Lees verder
1980
2021-12-01
Blauwe Scheen

Lexicon Beeldende Kunstenaars

Goedkoop

Pieter; geb. Amsterdam 12 mei 1877, overl. Den Haag 17 augustus 1952. Woonde en werkte in Amsterdam en in België. Kunstschilder. Lid van ‘De Onafhankelijken’ te Amsterdam.Mak van Waay; Scheen 1969.

Lees verder
1973
2021-12-01
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

goedkoop

bw. en bn. (-koper, -st), I. bw., 1. voor weinig geld, voor geringe prijs: kopen en verkopen; het vlees is hier goedkoper te krijgen dan bij u in de stad; werken, voor laag loon; er — af komen, met geringe onkosten, (fig.) zonder grote schade of last; II. bn., 1. niet hoog in prijs, niet duur: de eieren waren —; (spr.) —, duu...

Lees verder
1952
2021-12-01
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Goedkoop

adj., goed-, guodkeap, skewielich; uit inschikkelijkheidleveren, skewiel(j)e; het is wat teverkocht, it is der ûnder troch.

1937
2021-12-01
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

goedkoop

I. bn.; goedkoper (of inz. Z.-N.: beterkoop), goedkoopst (1 niet duur, laag in prijs; 2 fig. van weinig waarde; 3 van personen, die niet duur zijn; van plaatsen, winkels, waar de prijzen niet hoog zijn): 1. in die winkel is alles goedkoop; duurkoop; in Den Haag is dit goedkoper dan hier, in Parijs het goedkoopst; 2. een goedkope liefhebberij; ir. e...

Lees verder
1933
2021-12-01
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Goedkoop

Goedkoop - Cecile, geboren de Jong van Beek en Donk, Ned. schrijfster; * 1866 te Alkmaar. Werkte eerst voor vrouwen-emanicipatie. Na den dood van haar echtgenoot hertrouwde zij met dr. Mich. Frenkel uit Warschau en vestigde zich te Parijs, waar ze overging tot het Katholicisme. Haar romans zijn van zeer verschillend gehalte, literair niet sterk.We...

Lees verder
1916
2021-12-01
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Goedkoop

Goedkoop - tegenstelling van duur.

1898
2021-12-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Goedkoop

Het begrip goedkoop heeft 2 verschillende betekenissen: 1. goedkoop - bw. bn. (-er, of beterkoop, -st), voor weinig geld, voor geringen prijs: goedkoop koopen en verkoopen; het vleesch is hier beterkoop te krijgen dan bij u in de stad; — er goedkoop afkomen, met geringe onkosten, (fig.) zonder groote schade of last; — bn. niet hoog in...

Lees verder