emmeren betekenis & definitie

emmeren - regelmatig werkwoord
uitspraak: em-me-ren

1. er op een vervelende manier telkens weer over praten of om vragen
♢ hij kan urenlang emmeren over zo'n probleem

Regelmatig werkwoord: em-me-ren
ik emmer
jij/u emmert
hij/zij emmert
wij/zij/jullie emmeren
ik/jij/u/hij/zij emmerde
wij/zij/jullie emmerden
hij heeft geëmmerd
emmerend, emmerende

Synoniemen
knerpen, ouwehoeren, zaniken, zeuren