Wat is de betekenis van Emmeren?

2020
2021-01-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

emmeren

1) (19e eeuw) (inf.) zeuren, zaniken. Waarschijnlijk afgeleid van het scheldwoord 'emmer' (hoer) met de gedachte aan ouwehoeren*. Syn.: beunnaaien*; bitchen*; dimdammen*; discuzeuren*; eieren*; etterbakken*; etteren*; gallen*; gorten*; griepen*; hassebassen*; kalegezichten*; kankeren*; karnen*; klepzaniken*; klepzeiken*; kletskamizole...

Lees verder
2019
2021-01-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

emmeren

emmeren - Werkwoord 1. (intr) zeuren, zeiken Woordherkomst afgeleid van emmer met het achtervoegsel -en

Lees verder
2018
2021-01-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

emmeren

emmeren - regelmatig werkwoord uitspraak: em-me-ren 1. er op een vervelende manier telkens weer over praten of om vragen ♢ hij kan urenlang emmeren over zo'n probleem Regelmatig werkwoord: em-me-ren ik emmer ...

Lees verder
2017
2021-01-16
Hans Kaldenbach

De A is van Amalia, die is allochtoon

Emmeren

Iets luchtigs. Immigranten uit agrarische streken worden soms geitenneukers genoemd. Het is een verwijzing naar seks tussen mensen en dieren, een verschijnsel dat vooral, maar niet vaak, voorkomt in agrarische samenlevingen. Ook in het vroegere agrarische Nederland kwam seks tussen mens en dier vaker voor dan nu. Het heeft zelfs een algemeen bekend...

Lees verder
2017
2021-01-16
Soldaten

Jargon & Slang van Soldaten

Emmeren

Emmeren - sodomie plegen met paarden of koeien. De bedrijver nam dan plaats op een emmer. Vroeger voorkomend bij huzaren.

2008
2021-01-16
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

emmeren

(onov ww; emmerde; h. geëm- merd) TU spreektaal - trainen met de voltige-emmer.

1977
2021-01-16
Erotisch woordenboek

Geschreven door Hans Heestermans (1977)

emmeren

emmeren - coïteren, (ENDT). Gebaseerd op de sexuele omgang met paarden of koeien, waartoe de bedrijver zich op een emmer posteert.

1973
2021-01-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

emmeren

onbep. w., (gemeenz.) zeuren, zaniken: lig toch niet te —.

1950
2021-01-16
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Emmeren

onbep. w., (gemeenz.) zeuren, zaniken: Zit toch niet te emmeren.

1898
2021-01-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Emmeren

EMMEREN, (gemeenz.) lig toch niet te emmeren, te zeuren, te zaniken.