telkens betekenis & definitie

telkens - bijwoord
uitspraak: tel-kens

1. elke keer weer
♢ telkens als ik haar zie, moet ik aan school denken

Bijwoord: tel-kens

Synoniemen
aanhoudend, altijd, gedurig, herhaaldelijk, immer

Tegenstellingen
nimmer, nooit