Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

afwerken

betekenis & definitie

afwerken - regelmatig werkwoord
uitspraak: af-wer-ken

1. ervoor zorgen dat het klaar is
hij heeft de klussen allemaal afgewerkt
2. het laatste doen wat nog moet gebeuren
♢ de sjaal is afgewerkt met een gehaakte rand
1. afgewerkte olie
[die niet meer bruikbaar is]

Regelmatig werkwoord: af-wer-ken
ik werk af (... ik afwerk)
jij/u werkt af (... jij afwerkt)
hij/zij werkt af (... hij afwerkt)
wij/zij/jullie werken af (... wij afwerken)
ik/jij/u/hij/zij werkte af (... ik afwerkte)
wij/zij/jullie werkten af (... wij afwerkten)
hij heeft afgewerkt
de/het/een afgewerkte ....

Synoniemen
afmaken, afronden, voltooien