aanraden betekenis & definitie

aanraden - regelmatig werkwoord
uitspraak: aan-ra-den

1. iemand een bepaalde raad geven
ze hebben mij aangeraden een hond te nemen
2. zeggen dat iets of iemand goed is
♢ die pizza kan ik je aanraden

Regelmatig werkwoord: aan-ra-den
ik raad aan (... ik aanraad)
jij/u raadt aan (... jij aanraadt)
hij/zij raadt aan (... hij aanraadt)
wij/zij/jullie raden aan (... wij aanraden)
ik/jij/u/hij/zij raadde aan (... ik aanraadde)
wij/zij/jullie raadden aan (... wij aanraadden)
hij heeft aangeraden

Synoniemen
aanbevelen, aanprijzen, adviseren, propageren, raden

Tegenstellingen
afkraken, afraden, kraken, ontraden