Naarden betekenis & definitie

Stad, ontstaan aan de noordwestkant van het Gooi nabij de Zuiderzee (nu IJsselmeer). Het rond 900 voor het eerst vermelde Naarden lag verder noordoostelijk en kreeg omstreeks 1325 stadsrechten. Rond 1350 werd dat Naarden door Hoekse troepen verwoest. Mede door de toenemende kustafslag volgde herbouw verder landinwaarts, waarvoor graaf Willem V in 1351 toestemming verleende. Door de ligging aan de zeedijk (Westdijk) tussen Naardermeer en Zuiderzee kreeg Naarden grote militaire betekenis. In 1355 was de verdedigingsgordel om de stad gereed en in 1403 gaf Albrecht van Beieren toestemming om een zeehaven aan te leggen.

Naarden kreeg een ei-vormige plattegrond met het regelmatige stratenpatroon van een ‘bastidestad’ en met de Grote kerk in het hart. De Marktstraat ligt in het verlengde van de zeedijk. De stad ontwikkelde zich voorspoedig dankzij de textielnijverheid en groeide uit tot centrum van het Gooi. Na de inname van de stad in 1572 vermoordden Spaanse troepen een groot deel van de bevolking. Eind 16de eeuw werden al weer nieuwe vestingwerken opgebouwd. De aanleg van de Naardertrekvaart (1640-'42) en de postroute naar Hamburg (1664) bevorderden de handel. Vanwege de inname van Naarden door Franse troepen in 1672 en de herovering door prins

Willem III een jaar later begon men voortvarend met de aanleg van een imposante vesting met zes bastions en twee toegangen (1673-'85). De inmiddels verzande zeehaven werd gedempt. Aan de Gooise zijde groef men de hogere zandgronden af om inundaties mogelijk te maken; het afgevoerde zand ging naar Amsterdam voor de stadsuitbreidingen aldaar. Aan de oostzijde van Naarden was door de afgraving nu wel de aanleg van de zeewerende Oostdijk noodzakelijk.

De vestingstatus belemmerde op termijn een verdere ontwikkeling. De Franse tijd en de 19de eeuw brachten ernstige verpaupering en de sloop van vervallen bebouwing. Bussum en Hilversum streefden Naarden in economisch opzicht voorbij. Op enige afstand van de vesting kon vanaf 1860 wat bebouwing verrijzen, gestimuleerd door de opening van het station Naarden-Bussum (1874) aan de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort. De Kringenwet stond hier echter alleen houten huizen toe. Na 1900 verrezen die aan de Sandtmannlaan, de Thierensweg en de Godelindeweg.

W.F. Nieuwstad ontwierp voor het gebied ten zuiden van de vesting een eerste uitbreidingsplan (1912). Pas na de opheffing van de vesting in 1926 was overal woningbouw in baksteen mogelijk, zoals in het Wilhelminakwartier (circa 1930) en ten noorden van de Zwarteweg. In 1939 kreeg de vesting een derde toegang (Burg. Van Wettumweg). Na de Tweede Wereldoorlog is het hele gebied op de grens met Bussum (Minister- en Rembrandtkwartier) volgebouwd en is Naarden aan de westzijde uitgebreid bij de Naardertrekvaart. In het centrum is door sanering de Grote Kerk ‘vrijgelegd’. De vesting Naarden is een beschermd gezicht.

Gepubliceerd op 30-05-2017