Hilversum betekenis & definitie

Hoofdplaats van het Gooi, ontstaan in de 10de eeuw en voor het eerst vermeld in 1305. In 1424 werd Hilversum als zelfstandig dorp afgesplitst van Laren. De driehoekige vorm van dit - tot 1840 bescheiden - esdorp werd bepaald door de Groest, Langestraat en Kerkstraat, met daaraan aansluitend enkele driehoekige brinken.

In de 16de eeuw werd de wolspinnerij belangrijk voor Hilversum als huisnijverheid. Via de als Gooisevaart verlengde 's-Gravenlandse Vaart kreeg Hilversum vanaf circa 1650 verbinding met Amsterdam. Het dorp had te lijden van oorlogsgeweld (1629, 1672) en dorpsbranden (1725, 1766). In de 18de eeuw ontstonden in het dorp bloeiende laken- en tapijtweverijen. Een belangrijke economische impuls vormde de aanleg van de Oosterspoorweg Amsterdam-Amersfoort met een aftakking naar Utrecht (1874). De Gooise Stoomtram verbond Hilversum vanaf 1882 met Amsterdam. Hilversum werd hierdoor een centrum voor recreatie en toerisme. Van belang was ook de vestiging van het ‘Eerste Nederlandse Herstellingsoord’ (1875) op de Trompenberg.

Aan de westzijde van de dorpskern vond een niet-planmatige uitbreiding plaats, al snel gevolgd door de planmatige ontwikkeling van villaparken. Ten westen van het spoor ontstonden de wijken Boomberg (1876), Suzannapark (1879) en Ministerpark (1897). Meer noordelijk kwamen ruimere villaparken tot stand als Trompenberg (1875, uitbreiding 1880), Nimrodpark (1899), Kannesheuvelpark (1902), Diergaardepark (1904) en de Indische Buurt (1905). Aan de zuidoostzijde ontstond villabebouwing langs de Emmastraat, Nassaulaan, Soestdijkerstraatweg en Utrechtseweg. Ook werden hier de villaparken Heideveldpark (1903), Alexanderpark (1904) en 't Hoogt van 't Kruis (1913) ontwikkeld. Behalve textielfabrieken vestigden zich ‘over het spoor’ in Hilversum ook andere takken van nijverheid (margarinefabriek, kartonnagefabriek, haardenfabriek, drukkerij). In de buurt ontstonden de bijbehorende arbeiderswijken.

In 1918 kwam de Nederlandse Seintoestellen Fabriek (NSF) tot stand aan de Groest. Kort daarop werd de ‘Hilversumse Draadlooze Omroep’ opgericht, die in 1923 zijn eerste programma uitzond. Sindsdien is Hilversum de ‘omroepstad’ van Nederland. Aan de westzijde werd een nieuwe haven aangelegd (1934-'36), die via het Hilversums kanaal met de Vecht in verbinding staat. Aan de zuidzijde ontstonden het sanatorium ‘Zonnestraal’ (1928-'31) en een sportvliegcentrum (1939). W.M. Dudok - aangesteld in 1915 als directeur van Publieke Werken en van 1928 tot 1954 werkzaam als gemeentearchitect - heeft sterk zijn stempel op de stad gedrukt. Samen met J.F. Groote stelde hij in 1933 een uitbreidingsplan op, waarvan de laatste delen pas in 1954-'64 tot stand zijn gekomen. Na de Tweede Wereldoorlog is de binnenstad gesaneerd (‘Het Kernplan’; 1946, Dudok) en heeft men een winkelcentrum gebouwd (‘Hilvertshof’; 1973). Ook de aansluiting op de nieuwe wijken is verbeterd (Structuurplan; 1962, aangepast 1971). Met de aanleg van de zuidelijke ringweg (1970) werd de wijk Kerkelanden (vanaf 1966) ontsloten en in het noorden bij Bussum verrees vanaf 1978 de Hilversumse Meent.