Bussum betekenis & definitie

Dorp in het Gooi, voor het eerst vermeld in 1306. In eerste instantie stond dit brinkdorp onder bestuur van de stad Naarden. Begin 16de eeuw kreeg het een eigen kapel. Ten behoeve van de zandwinning werd in 1796-'97 vanuit Naarden een bestaande sloot verbreed tot de Bussumervaart en voorzien van een havenkom (nu Wilhelminaplantsoen).

In 1817 werd Bussum een zelfstandige gemeente. De aanleg van de Oosterspoorweg Amsterdam-Amersfoort (1874) zorgde voor de ontwikkeling van Bussum tot villa- en forensendorp. Villapark ‘Het Spiegel’, met daarin het Nassaupark, werd in 1877 ontworpen door D. Wattez en in 1879 aangelegd door de Bouwmaatschapij Nieuw-Bussum. Vergroting van het gemeentegebied volgde in 1887 en 1902. Naast tuinbouwbedrijven en boomkwekerijen bood de chocoladefabriek ‘Bensdorp’ (1884) werkgelegenheid. Aan de noordzijde van Bussum, bij het station, werd in 1899 het Prins Hendrikpark aangelegd naar plannen van J.F. Everts voor de Gooische Bouwgronden Maatschappij en vanaf 1903 met villa's bebouwd.

Belangrijk was de vestiging van K.P.C. de Bazel in Bussum (1902). Zijn wegenplan uit 1904 werd in 1908 verwerkt in het gemeentelijke wegenplan. Op de afgezande gronden aan de oostzijde ontstonden het Vondelkwartier (1900-'14) en het Brediuskwartier (1919-'35). In 1922 herzag De Bazel het uitbreidingsplan en tussen 1913 en 1922 kwam naar zijn ontwerp een arbeiderswijk van de Algemene Arbeiders Bouwvereniging tot stand tussen de Huizerweg en de Voormeulenweg. Bij de Voormeulenweg lag tot de opheffing van de vesting Naarden (1926) een fort, dat vervolgens plaats maakte voor sportvelden. In die tijd en ook na de Tweede Wereldoorlog is vrijwel het gehele gemeentegebied volgebouwd met suburbane villa's.

Gepubliceerd op 26-05-2017