Beverwijk betekenis & definitie

Dorp, ontstaan op een strandwal en voor het eerst vermeld in 1063 (vanaf 1276 onder de huidige naam). Het aan een belangrijke noord-zuidroute nabij het Wijkermeer gelegen dorp kreeg in 1298 stadsrechten van graaf Jan I (opnieuw verleend 1346). Dit leidde echter niet tot een stedelijke ontwikkeling.

Beverwijk vervulde wel een regionale marktfunctie. Nadat de Spaanse troepen in 1576 waren weggetrokken, stonden nog maar weinig huizen overeind. In de 17de eeuw beleefde Beverwijk dankzij de tuinbouw een economische bloeiperiode en verrezen er diverse buitenhuizen in de omgeving. Na achteruitgang in de 18de eeuw volgde nieuwe bloei door de aanleg van het Noordzee Kanaal (1865-'76) en de spoorlijn Haarlem-Uitgeest (1867).

Door de vestiging van de Hoogovens in Velsen (1918) raakte Beverwijk meer en meer bij deze industrie betrokken. Begin 20ste eeuw breidde het zich naar het zuidwesten uit en in 1936 werd de gemeente Wijk aan Zee en Duin geannexeerd. De uitbreiding kreeg een tuinwijkachtige vorm met gebogen straten en veel openbaar groen. Na de Tweede Wereldoorlog is Beverwijk aan noord- en oostzijde uitgebreid, vooral voor werknemers van de Hoogovens.

Gepubliceerd op 26-05-2017