Beurs in Amsterdam betekenis & definitie

De Beurs (Beursplein 1-3) kwam in 1898-1903 na een prijsvraag tot stand naar een rationalistisch ontwerp van H.P. Berlage ter plaatse van een daartoe in 1883 gedempt gedeelte van het Damrak en ter vervanging van beursgebouwen uit 1608-'11 en 1840-'45. Een hiertoe in 1883 uitgeschreven prijsvraag werd door L.M. Cordonnier gewonnen, maar vanwege een beschuldinging van plagiaat kwam het niet tot uitvoering. Ook pogingen tot renovatie van de oude beurs mislukten, waarna Berlage vanaf 1896 aan een nieuwbouwplan ging werken. Het imposante, langgerekte gebouw wordt geaccentueerd door in hoogte verspringende torenvormige volumes (trappenhuizen). De strakke bakstenen gevels hebben grote vensterreeksen. Zowel uitals inwendig ligt de nadruk op het eerlijk tonen van het bouwmateriaal en de constructie.

Aan de Beurspleinzijde staat op de hoek een klokkentoren met uurwerk. Een brede bordestrap aan deze zijde leidt naar de hoofdingang in een inpandig portiek met arcade. De grote vestibule hierachter geeft toegang tot de grootste beurszaal, de voormalige Goederenbeurs. Deze wordt gedekt door een glazen zadeldak met ijzeren spanten. Wegens verzakkingen heeft men in 1909 naar plannen van Berlage de kap voorzien van trekstangen, en de grote bogen in de zijwanden met kleinere bogen ingevuld. Halverwege de lange gevel aan het Damrak geeft een ingangspartij met arcade toegang tot de oorspronkelijke Schippersbeurs, later telefoonzaal. Deze zaal vormt samen met verschillende kleinere ruimten de scheiding tussen de Goederenbeurs enerzijds en de Effectenbeurs en Graanbeurs anderzijds. De gevel aan de Oudebrugsteeg heeft met aan weerszijden een lage toren met tentdak en wordt onderbroken door een lager bouwdeel. Hierachter is de teruggeplaatste gevel te zien van de voorm. Graanbeurs (met glazen sheddak). Nadat de effectenhandel in 1914 een eigen gebouw had betrokken, werd de zaal van de voorm. Effectenbeurs gesplitst in twee kleinere ruimten voor de (nieuwe) Schippersbeurs en de Landbouwbeurs.

Bij het decoratieprogramma werd Berlage geadviseerd door de dichter A. Verwey en bij de uitvoering waren verschillende kunstenaars betrokken. L. Zijl vervaardigde het reliëf boven de hoofdingang, de beelden op drie gevelhoeken (Gijsbrecht van Amstel, Jan Pietersz Coen en Hugo de Groot) en de gedenksteen met reliëfportret van Berlage (1926). Het houtsnijwerk in de Beurs is van J. Mendes de Costa. Van de hand van R.N. Roland Holst zijn enkele wandschilderingen. De tegeltableaus in de vestibule (Heden, Verleden en Toekomst) en de wandversieringen in sgraffito en keramiek elders in het gebouw zijn van J.Th. Toorop. A.J. Derkinderen vervaardigde de gebrandschilderde ramen in de vergaderzaal van de Kamer van Koophandel, tevens ontvangstzaal van de stad Amsterdam (boven de grote vestibule).

Na het volledige vertrek van de beurshandel in 1982 is het gebouw gerestaureerd en heeft het een culturele bestemming gekregen. In de Goederenbeurs is een glazen zaal ingebouwd (AGA-zaal; 1985-'90, P. Zaanen) en in de vestibule heeft men een restaurant ingericht (1990). In 2003 volgde een restauratie onder leiding van W. Kramer.

Gepubliceerd op 22-05-2017