Marga Schiet

MOM's lexicon van de opvoedmisstanden

Gepubliceerd op 22-06-2017

2017-06-22

Concentreren

betekenis & definitie

Een baby van een halfjaar kan al een uur alleen spelen. Een baby kan zijn aandacht nog niet zo lang op één ding richten en hij kan nog niet zo veel. Dus is het niet logisch dat hij al een uur alleen zou kunnen spelen.

Als een kind zich niet kan concentreren, is er iets aan de hand. Er zijn kinderen die zich nooit een tijdje achter elkaar met één ding bezighouden en bij het minste of geringste zijn afgeleid. Die altijd maar door het huis hollen en alles lijken op te merken

wat er in huis gebeurt. In de meeste gevallen is dat niet erg, soms blijkt een kind hyperactief te zijn.

Of een kind zich kan concentreren heeft veel te maken met zijn aard en natuurlijk met zijn leeftijd. Jonge kinderen hebben nog weinig concentratievermogen, ze zijn snel afgeleid omdat alles wat ze om zich heen zien hun aandacht trekt. Zich op één ding richten is dan haast niet mogelijk. Hoe drukker en levenslustiger een kind is, hoe meer hij zal opmerken en hoe groter de kans dat hij zich moeilijk op één ding tegelijk kan concentreren. Rustiger kinderen kunnen soms wel een tijdje in iets opgaan. Er is wel iets te doen aan slechte concentratie, zoals:

• het maken van een rustiger en overzichtelijke dagindeling;

• zorgen voor een rustig huis, waar niet de hele dag een tv aanstaat of de telefoon gaat; dat is beter voor drukke kinderen. Kinderen willen alles volgen, dus te veel prikkels zal ze te veel storen in het rustig met iets bezig zijn.

• een kind zo min mogelijk onderbreken als hij met iets bezig is; aai hem ook niet over zijn bol en zeg niet: 'Wat ben jij lekker aan het spelen.' Ook dat kan afleiden;

• in de buurt gaan zitten als je kind met iets begint, want veel kinderen vinden het prettig als er iemand vlakbij is. Dat maakt ze rustiger. Kinderen hebben algauw de neiging om achter ouders aan te gaan, ze willen gezellig in de buurt blijven. Ga je de kamer uit, dan is de kans groot datje kindje zal volgen en zijn bezigheden onderbreekt;

• ruim van tevoren vertellen watje van plan bent; zo krijgt een kind de kans om zijn spel af te maken en zich voor te bereiden op iets anders. Bijvoorbeeld: 'We gaan zo boodschappen doen,' of: 'We gaan over vijf minuutjes aan tafel.' Dat kan helpen om te leren iets af te maken;

• samen spelletjes doen die een kind heel leuk vindt, waardoor het kind andere dingen even vergeet. Wil een kind ook daarmee na een paar minuten alweer stoppen, zet dan een kook- wekkertje op een kwartier. Rinkelt de bel, dan is een spelletje klaar en kan weer iets anders gekozen worden. De aflooptijd van het wekkertje kan steeds wat langer gemaakt worden;

• je als ouder ook niet gemakkelijk laten afleiden door je kind.

Laat maar zien dat je eerst wilt afmaken waar je mee bezig bent en pas daarna weer met je kind wilt spelen. Kinderen doen ouders na, dus ook de goede voorbeelden die ze krijgen.