De Kleine Winkler Prins

Nederlandse encyclopedie uit 1949

Gepubliceerd op 01-10-2020

2020-10-01

Meubel

betekenis & definitie

(Fr. meuble, van Lat. beweeglijk), huisraad voor gebruik en/of versiering, door de eeuwen aan stijl (meubelstijl) onderhevig. Oud-Egypte kende slanke vormen van stoelen, doodsbedden, kisten; de antieke Gr. en Rom. beschaving liet slechts weinig (marmeren tafels, bronzen stoelen, houten ligbanken) na.

De Middeleeuwen brengen met voorstellingen verluchte Af.-en. In het Romaans en vroege Gothiek overheersen eenvoudige doelvormen, met beslagen. De late Gothiek brengt rijker ontwikkeling van constructieve vormen, met veel snijwerk of reliëfs-op-hout. De Ital. Renaissance levert (in notenhout vooral) M.-en met schilderwerk en intarsia, de noordelijke Renaiss. houdt zich aan de Goth. constructie. De 17e eeuw ziet in Holland grote barokkasten, in Fr. onder Lodewijk XIV eerst de welige Boulle*-M.-en, overgaande in licht rococo.

Eng. gaat eigen wegen met Chippendale-M.-en. Het rechtlijnig classicisme begint sierlijk onder Lodewijk XVI, wordt zwaar onder het Empire, krijgt burgerlijk nuchtere vormen in het Biedermeier. De laat-19e eeuw neemt alle vroegere stijlen te baat, de Jeugdstijl streeft naar bevrijding uit dit „historisme”; sindsdien zoekt men een weg tussen pronk en over-eenvoud (tot het zuiver doelmatige stalen M. toe). Tegenw. ressorteren M.-kunst en fabricage ten dele onder binnenhuis-architectuur.