Synoniemen van meubel

2019-10-21

meubel

meubel - Zelfstandignaamwoord 1. een voorwerp dat behoort tot de inrichting van een kamer, zoals een bank, stoel, tafel, kast, bed et cetera Er stonden zo veel meubels in de winkel dat hij niet wist welke hij moest uitzoeken. meubel - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van meubelen ♢ Ik meubel 2. gebiedende wijs van meubelen meube...

2019-10-21

meubel

meubel - zelfstandig naamwoord uitspraak: meu-bel 1. voorwerp voor in de huiskamer ♢stoelen en tafels zijn meubelen Zelfstandig naamwoord: meu-bel het meubel de meubels of -en het meubeltje Synoniemen meubelstuk

2019-10-21

Meubel

Meubel o. (-s, -en), stuk huisraad: de meubels staan nog niet op hunne plaats; (fig.) een onnut, lastig meubel, een nutteloos, lastig mensch. MEUBELTJE, o. (-s).

2019-10-21

Meubel

(zie pl.; vgl. den index in kol. 831/832). I. Een m. is een gebruiksvoorwerp, dat behoort tot de uitrusting van een voor menschelijk verblijf bestemd gebouw, doch constructief geen deel van dat gebouw uitmaakt. In overeenstemming met deze laatste voorwaarde is het m. gewoonlijk verplaatsbaar (mobiel). Naar hun bestemming laten de m. zich in hoofdzaak groepeeren in drie categorieën: a) zit- en ligmeubels (stoel, bank, bed), b) bergmeubels (kist, kast) en c) tafels, gueridons enz. Evenwe...