Kunst betekenis & definitie

Alhoewel de k. (hier in hoofdzaak bedoeld als kandelaar voor één kaars) sedert het Hellenistisch tijdperk algemeen is, kwam hij eerst tot hooge ontwikkeling in de M.E. en de moderne tijden. De Romaansche k. zijn kort en gedrongen; de fantastische dieren van het voetstuk symboliseeren de overwinning van het licht op de duisternis.

Gedurende de Gotische periode wordt de k. slanker; de schacht is versierd met ringen en schijfvormige knoopen; de voet is rond en geprofileerd. De middeleeuwsche k. is vervaardigd uit geelkoper, tin, brons of edelmetaal.

Tijdens de Renaissance vertoont de schacht de balustervorm met sierlijke zwelling en geprofileerde banden. Kenmerkend voor de k. in de Barok is de driehoekige voet met volutenornament.

In het huisraad der 18e eeuw neemt de zilveren k. ter versiering van tafel en schoorsteen een voorname plaats in: ook k. in brons, porcelein en faience werden toon vervaardigd. Op den Rococo-stijl, die zijn grillige en zwaaiende vormen op de k. toepaste, volgde de Louis XVI-stijl, die hem als klassieke zuil behandelde.

In het begin der 19e eeuw komen vele glazen k. voor. Sedert de invoering der electrische verlichting bleef de k. alleen van beteekenis in de kerkelijke kunst. V.

Herck.