J betekenis & definitie

Tiende letter van het alphabet, in de Ned. taal doorgaans een zachten, palatalen glijder voorstellende. In de 15e eeuw is men begonnen de 'j te schrijven.

Het Latijn kende het teeken niet en volstond met de i. Het gebruik der j in deze taal is door Humanisten ingevoerd.Afkortingen:

J in de chemie = → jodium;

J in de natuurk. =joule;

Jac. in aanduiding van bijbelplaatsen = Brief van → Jacobus ; Jan. = Januari; Jer. in aand. van bijbelpl. = Boek Jeremias;

Jes. (idem) = Boek Jesaja (= → Isaias);

jg. = jaargang;

Jhr. = jonkheer (adellijk praedicaat);

Jkvr. = jonkvrouw (idem) ;

jl. = jongstleden ;

Joh. ter aand. van bijbelpl. = Evangelie of Brief van → Joannes; Jon. (idem) = Boek → Jonas;

Jos. (idem) = Boek → Josuë;

Jud. (idem) = (Lat.) Liber Judicum (Boek der Rechters);

j. u. d. = (Lat.) juris utriusque doctor (doctor in de beide rechten);

jr. = (Lat.) junior, de jongere.