taal betekenis & definitie

taal - der Goten verdween spoedig (6e-7e e.) in Italië en Spanje, vooral na het verval van het Arianisme, daar de Goten in de talrijker Romaansche bevolking opgingen. In Z.

Rusland is het Krimgotisch tot in de 17e e. blijven bestaan. Doordat → Wulfila het Gotisch tot een cultuurtaal maakte, de oudste ons bekende Germ. taal, is van het Gotisch een zekere invloed uitgegaan op de overige Germ. talen, wat vooral in den kerkdijken woordenschat tot uiting komt.

Het is geen toeval, dat in de meeste Germ. tongvallen de begrippen bidden, doop, engel, eeuwigheid, geloof, God, heiden, hel, hemel, misdaad, schande, vasten e.a. door dezelfde woorden als in het Gotisch weergegeven worden. De Got. lit. schijnt zuiver kerkelijk geweest te zijn.

Buiten de vert. van de H. Schrift ( → Codex argenteus) zijn bewaard een blad van een kalender en zeven onsamenhangende bladen van een comm. (Skeireins) op het Evang. van Joannes.Kenmerken van het Gotisch zijn: afwezigheid van Umlaut (badi = bed, tamjan = temmen, D. zahmen), ê tegenover a van N. en W. Germ. (slêpan, slapen; mêna, maan), wisseling van i en u met ai en au voor h en r (wair, man, uit *wir-; waurms, worm, uit *wurm-), eigenaardige behandeling van de groepen jj en ww (triggws beantwoordt aan Oudhoogduitsch triuwi, D. treu); bewaring van medio-passieve vormen in de vervoeging (nimada, wordt genomen), van elders vroeg afgesleten uitgangen (kandus, elders reeds zeer vroeg hand, hant), enz. Mansion. Lit.: Strcitberg, Got. Elementarbuch (Heidelberg).

Gotenburg, → Göteborg.

Gotenjjager (kamvormer, vorentrekker), meerscharige aanaardploeg, gebruikt voor het vormen van kleine kammen en ondiepe voren (bijv. bij poten van aardappels).

Götfrik (= Godfried) van Denemarken (alleen Jutland, hoofdstad Sleeswijk), ondersteunde de Saksen in hun strijd tegen Karel den Grooten, maakte de Abodrieten cijnsplichtig(808)en legde de zgn. * Dannewirke aan. Tijdens zijn regeering deden de Denen met 200 schepen een inval in Friesland (810), doch G. werd spoedig daarna vermoord.

Lit.: → Karel de Groote.

Gotha, stad in Tküringen (IX 576 D 3); tot 1918 residentie van het vroegere hertogdom Saksen-KoburgGotha; ligt aan een lagen bergweg, ten N.O. van het Thüringer woud, 300 m boven zeeniveau; ca. 47 600 inw., bijna allen Prot. (3,8% Kath.). In de Friedrichstrasze het slot Friedrichstal, het vroeger hertogelijk zomerverblijf, naar het voorbeeld van dat van Versailles gebouwd. Boven de stad op den Schloszberg (328 m) het slot Friedrichstein, aan drie zijden door parken omgeven. Hier ook het museum met waardevolle werken van Duitsche (Cranach, Dürer) en Hollandsche meesters (Hals, Ter Borch). Op de Hauptmarkt het raadhuis (1567; 1666 vernieuwd). Geogr. instituut van Justus Perthes.

Belangrijke industrie: boeken steendrukkerij, ijzergieterij, machines en metaalwaren, gummiwaren, zeep. Lips. Gotha-program. De gesch. van de Duitsche sociaaldemocratische partij is in het begin van de zestiger jaren ingezet met den strijd tusschen de richting ■ → Marx en de richting → Lasalle. De vereeniging kwam tot stand door de aanvaarding van een compromis-program op een congres in 1875 gehouden te Gotha. Dit G.-p. is tot den partijdag te Erfurt in 1891 de grondwet geweest voor de Duitsche sociaal-democratische partij.

Lit.: Quack, De Socialisten (V 41922). Koenraadt. De Almanach de Gotha is een sinds 1763 te G. verschijnend, sinds 1871 in 2 edities, een Fr. en een Duitsche, uitgegeven jaarboek, waarin uitvoerige gegevens van genealogischen, diplomatieken, statistischen e.a. aard. De Verlag Justus Perthes geeft, behalve den Almanach de G., bovendien uit de Gothaer Taschenbücher, een periodiek genealogisch informatiewerk, dat verschijnt in vijf afdeelingen, waarvan de eerste de vorstelijke families behandelt, de vier andere den Duitschen adel, in vsch. categorieën gesplitst.

Gothicuin (Missale gothicu m), onjuiste naam (15e eeuw) van een Gallicaansch sacramentarium (met vreemde elementen) van ca. 700.

Gothlamlien, -5«Siluur.

Gotliofredus, Dionysius, Fransch rechtsgeleerde. * 1549, ✝ 1622. Poogde den tekst der Twaalftafelen-wetgeving (leges XII tabularum) te reconstruccren. G. gaf de → Codificatie van Justinianus met de Novellae het eerst uit onder den titel Corpus i u r i s c i v i 1 i s, een benaming, welke later gebruikelijk bleef. H< rmesdorf.