Iersche monniken betekenis & definitie

Ierland had vanaf de komst van het Christendom een ongewoon sterk bloeiend kloosterleven. Zóó dat men niet zonder eenige overdrijving (cf.

Ryan, Irish Monasticism, Dublin 1931) spreekt van een „monnikskerk”. Er waren kloosters met 3 000 religieuzen.

Ierland dankt daaraan den naam van „eiland der heiligen”. Na Patricius (St.

Patrick) treden vooral op den voorgrond St. Columba, St.

Columbanus, St. Aidan.

Bekende kloosters waren er op het eiland Iona (➝ Hy), in Lindisfarne, Bangor en op het vasteland in Luxeuil, Bobbio en St. Gallen.

De Iersche monniken nemen een groote plaats in in het algemeen kerkelijk leven van Ierland. Het volk, dat in stammen verdeeld is, wordt bestuurd vanuit de kloosters.

Zoo treedt de abt meer op den voorgrond dan de bisschop, die dikwijls een onderdaan is van den abt en enkel wijdingsmacht uitoefent. Het anachoretisch karakter van het kloosterleven komt o.a. uit in den kloosterbouw: een verzameling afzonderlijke gebouwtjes, die den vorm hebben van bijenkorven (➝ Bijenkorfcel).

Het leven is er streng, de boete-idee staat op den voorgrond. De regel van St.

Columbanus wellicht uitgezonderd, is een regel in den strikten zin niet bekend. Wel waren er verzamelingen van geestelijke raadgevingen enz., o.a. van den H.

Comgall. Bij alle teruggetrokkenheid openbaarde zich niettemin een zeer sterke drang om uit te trekken en te gaan missioneeren : de strook ten Z. van den Rijn en ten N. van de Ital.

Alpen is met groot apostolisch vuur door hen bewerkt. Zij zijn vooral bekend als verspreiders van de frequente biecht en de libri poenitentiales.

Eenige ongestadigheid en vasthoudendheid aan eigen gebruiken (liturgie, kruin, Paaschviering) maakten hun missie minder succesvol. Op cultureel gebied stonden zij hoog; bekend is hun schrijfkunst, waardoor zij invloed uitoefenden op de ➝ Angelsaksische kunst.Vooral door het contact met de door Romeinsche missionarissen gestichte Angelsaksische kerk kwamen de Romeinsche gebruiken in Ierland (7e e. de Rom. Paaschviering). Langzaam maar zeker ging deze ontwikkeling door over de heele lijn. In de 12e e. hebben de reguliere kanunniken en de Romeinsche orden de plaats der Iersche monniken ingenomen. Alhoewel in de eerste eeuwen zeer eigenaardig, is het Iersche monnikenwezen evenals het algemeen kerkelijk leven altijd in vereeniging met en afhankelijk van de Kerk van Rome geweest, zoodat men niet van een „Romfreie” Kerk kan spreken.

Lit.: voor bronnen- en lit.-opgave, zie: Dict. de Spiritualité (s.v. Anglaise, Ecossaise, Irlandaise); Lex. f. Theol. u. Kirche (s.v. Irland) ; Diet. d’Archéol. chrét. et de Liturgie (s.v. Celtique, Celtiques).

Sloots.