Cacaopoeder betekenis & definitie

Cacaopoeder - het product, verkregen door het tot poeder brengen van cacaomassa, nadat hieraan een gedeelte der cacaoboter is onttrokken. De cacaomassa wordt in verwarmde hydraulische persen van ongeveer 40 à 50% van zijn vet bevrijd.

Daarenboven wordt de massa „oplosbaar gemaakt”, d.w.z. door verwarming met alkalisch reageerende stoffen, gewoonlijk potasch, in een vorm gebracht, waardoor het poeder beter in water gesuspendeerd blijft. De werking van de potasch berust hoofdzakelijk op een verstijfseling van het zetmeel en een afbraak van het eiwit. Ook de cellulose wordt aangegrepen. Deze werkwijze is afkomstig van van Houten, die haar in 1828 in zijn fabriek in toepassing bracht.

Het aldus verkregen product wordt tot poeder gebracht, en ten slotte, om een gelijkmatig eindproduct te verkrijgen, gezeefd. De c. moet minstens 22% vet bevatten; is men met ontvetten verder gegaan, dan verkrijgt men de zgn. magere c. met ong. 15% vet. Het uitgeperste vet, de ➝ cacaoboter, is een belangrijk nevenproduct.

Lit.: ➝ Cacaomassa.

Bosch.