Doemdenken betekenis & definitie

Hylke Tromp is een typische ‘platlander’, zoals zovele doemdenkers: de wereld is eindig en we kukelen over de rand. (Trouw 22-11-1995)

Geen ander woord van Van Kooten en De Bie is zo aangeslagen als doemdenken. Het is zo succesvol dat bijna niemand meer weet dat het door hen is verzonnen. Sterker nog: het is zo ingeburgerd dat zelfs Van Kooten en De Bie zich soms nauwelijks meer kunnen voorstellen dat zij het hebben bedacht.

Toch is dat zo. En het kwam niet zomaar uit de lucht vallen, ze hadden er echt even op moeten broeden, vertelde De Bie aan Humo:

Soms lanceren we nog wel zo’n woord dat een beetje door [lees: verder] is getrokken. Als je dat drie of vier keer in een uitzending gebruikt, weet je dat groepen dat gaan gebruiken, en dat het op straat zal worden geroepen. Vrije jongen is bijvoorbeeld zo’n woord. Wij vinden het leuk dat woorden die wij hebben gebruikt los van ons komen te staan. Regelneef bijvoorbeeld is een Van Dalewoord geworden: dat vinden we nou eens leuk. Dat komt uit een programma rond neven van ons. Het gekste voorbeeld is het woord doemdenken. Dat geloof je niet meer, dat lijkt altijd al te hebben bestaan. Het komt uit een uitzending waarin we naar Nieuw-Zeeland emigreerden. In de week voorde uitzending viel het woord Derde Wereldoorlog wel drie keer, met al die zwartgallige commentaren, Europa in de tang enzovoorts. We hebben toen echt een middag bij elkaar gezeten om dat in een woord te vangen. De bladzijde met al die doorgestreepte vondsten heb ik nog. Dat woord is helemaal zelfstandig geworden, daar zijn vergaderingen en weekends rond belegd.

De uitzending waarin Koot en Bie - zoals ze zich toen nog noemden - aankondigden naar Nieuw-Zeeland te emigreren, werd op 2 maart 1980 uitgezonden. De directeuren van het Simplisties Verbond zitten tussen verhuisdozen, met op de achtergrond een grote wereldkaart. Koot wil graag iets verduidelijken:

‘Simplisten mag ik nog even een paar dingen kwijt voor de duidelijkheid. Het is absoluut niet zo dat Bie en mijzelf nu uit angst voor die Derde Wereldoorlog uit Nederland vertrekken.’

De Bie:
‘Nee, maar dat wij in Nieuw-Zeeland natuurlijk prima zitten tijdens jullie Derde Wereldoorlog, dat is natuurlijk meegenomen. Maar wij vertrekken omdat we er niet meer tegen kunnen. Tegen dat wurgende, verstikkende doemdenken. Tegen al die columns en kritieken en waarschuwingen en stukken waarin alsmaar weer wordt verteld dat de totale catastrofe voor de deur staat.’

KOOT:
‘D’r is in Nederland een belachelijke, onuitstaanbare ondergangsstemming aan het ontstaan. Een halfjaar geleden durfde niemand nog de term Derde Wereldoorlog hardop te gebruiken. Dat was net zo’n taboe als het woord kanker tien jaar terug, of vijf jaar geleden misschien het begrip zelfmoord. Maar nu, als je dat doemdenken niet tot basis maakt van je hele doen en laten, en van héél je wereldbeschouwing, dan kun je de zaak beter schudden, Bie.’

De bladzijde waarop De Bie hun alternatieven voor doemdenken had genoteerd, bleek niet meer te vinden, maar in zijn aantekenboek uit maart 1980 stond wel ergens in de kantlijn doemsdenken en Doomsday. Dat laatste woord, Engels voor ‘dag des oordeels’, kan worden beschouwd als de inspiratiebron voor doemdenken.

Ook destijds waren Van Kooten en De Bie al trots dat doemdenken snel in de media werd opgepikt. Toen Hylke Tromp eind april 1980 in de Volkskrant de discussie over de naderende Derde Wereldoorlog voortzette onder de kop ‘Doemdenken de uitdaging voor de tachtiger jaren’, liet De Bie dit knipsel in een uitzending zien. Er verschenen nog verschillende andere bijdragen waarin doemdenken werd gebruikt, aanvankelijk tussen aanhalingstekens of met de toelichting ‘dat wil zeggen: het koesteren van een uitgesproken sombere toekomstverwachting’ .

Maar uitleg en aanhalingstekens waren al snel niet meer nodig, want doemdenken veroverde Nederland en Vlaanderen stormenderhand. Nog datzelfde jaar verschenen er diverse brochures, pamfletten en redes met dit woord in de titel. Zo opende rector magnificus J. Borgman het academisch jaar van de Rijksuniversiteit Groningen met een rede getiteld De universiteit en het doemdenken. Evert Maarten Janssen publiceerde de brochure Doemdenken of daasdenken? en de Theologische Faculteit in Brussel kwam het jaar daarop met het pamflet Van doem en hoop: theologen tegen doemdenken (waarop P.K. Keizer reageerde met Het doemdenken moet beter doordenken).

Kortom, men omarmde doemdenken, en kennelijk nodigde juist dit begrip uit tot allerlei vergelijkbare woordspelige vormingen. Daar is men trouwens nooit meer helemaal mee opgehouden, getuige recente woorden als doedenken, doendenken en broekriem-denken.

Na Van Kooten en De Bie’s lancering van doemdenken zijn er verschillende nieuwe samenstellingen met doem- gevormd, zoals doemmuziek (‘muziek die een somber beeld schetst van de toekomst van de mensheid’) en doemscenario (‘pessimistische veronderstelling van iets wat nog moet gebeuren’). Dat laatste woord komt vrij vaak voor, maar haalt het nog altijd niet bij doemdenken, dat inmiddels allerlei gedaantes heeft aangenomen. In de Volkskrant waren de afgelopen vijf jaar onder meer doemdenk, doemdenk-actiefüms, doemdenken de, doemdenker, doemdenkerig(e), doemdenkerij, doemdenkprofeet, doemdenkt en gettodoemdenkers te vinden.

Omdat de meeste mensen zijn vergeten dat doemdenken pas in 1980 door Van Kooten en De Bie is bedacht, wordt het ook gebruikt in teksten over zaken en personen van ver voor die tijd. Bijvoorbeeld over het literaire doemdenken in de jaren dertig of over een doemdenkende Hagenaar uit de negentiende eeuw.

In hun boeken bieden Van Kooten en De Bie slechts zelden onderdak aan woorden of uitdrukkingen die zij zelf hebben verzonnen, maar voor doemdenken maakte Wim de Bie een uitzondering. In 1988 liet hij Walter de Rochebrune dit woord juist verketteren:

Doemdenken... welke domoor heeft dat toverwoord van de jaren zeventig ooit verzonnen! Ha! Eindelijk greep op de tijd. We moeten niet doemdenken, jongens... Werden forums, congressen en symposia aan gewijd. De tijdgeest had een gat gegraven waar iedereen indonderde. Waarom gaat de wereld naar de verdoemenis? Makkelijke verklaring: door het doemdenken natuurlijk! En maar lullen over het doemdenken... maatregelen nemen ho maar!

Doemdenken als toverwoord van de jaren zeventig - het lijkt er sterk op dat De Rochebrune te weinig naar Van Kooten en De Bie heeft gekeken.