Ewoud Sanders

Journalist, taalhistoricus, trainer

Gepubliceerd op 05-12-2019

Regelneef

betekenis & definitie

De regelneven en vooral ook regelnicht Margaretha denken dat ze iets nieuws ontdekt hebben. Eens gezellig praten hoe we Zuid-Holland gaan inkleuren. Treintje hier, kasje daar. (De Fractiespiegel [van de CDA-Statenfractie Zuid-Holland] maart 1997)

De oorspronkelijke regelneef is slechts één keer op de televisie verschenen. Dat was op 28 april 1977, tijdens de Tweede Lange Avond van het Simplisties Verbond. Wie hem toen heeft gemist en nu op band terugziet, schrikt even, want hij wordt voorgesteld als de regelneef, hij heet Loet van Kooten, maar het is overduidelijk... Cor van der Laak. Zelfde haar, zelfde kleren, en voor een deel ook dezelfde taal. Hij zegt weliswaar nog niet en wel hierom en uan die dingen dus, maar wel: ze kennen me mei hoor, ze kennen me wel - woorden die ook Cor in de mond bestorven lagen.

Cor, nee, Loet van Kooten stelt zich voor als iemand die sinds anderhalf jaar ‘gedwongen werkloos’ is. In al die tijd heeft hij zich geen seconde verveeld, want hij heeft zich tot taak gesteld om van alles en nog wat te controleren en te regelen. Als voorbeeld toont hij een doosje paperclips. Op de verpakking staat dat er ‘circa honderd’ in zitten, maar wie heeft ooit tijd om dat na te tellen? Hij, de regelneef. En wat blijkt: er zitten er slechts 91 in! Dit komt de fabriek op ‘een brief-op-poten’ te staan. In allerlei korte sketches zien we de regelneef vervolgens in de weer: met krijt omcirkelt hij drollen van een hond van de buren, hij regelt het verkeer, hij controleert of de brievenbus wel op tijd wordt gelicht, met twee koekenpannen zwaait hij vliegtuigen binnen, met een stok geeft hij op het strand aan tot hoever de golven mogen komen en op het laatst laat hij de zon zakken. En tussendoor roept hij telkens: ze kennen me mei hoor, ze kennen me teel.

Van de zes neven die Van Kooten en De Bie die avond uitbeeldden, zijn er vier in vergetelheid geraakt, namelijk de bouwneef, de buurtneef, de speelneef en de wortelneef. Geilneef en regelneef werden vrijwel meteen in de algemene spreektaal opgenomen. Geilneef als soortnaam voor ‘iemand die geobsedeerd is door seks’, regelneef als ‘spotnaam voor een persoon die alles tot in de puntjes wil regelen, tot het uiterste wil organiseren’. De regelneef is duidelijk de beroemdste van de twee: hij staat in alle belangrijke Nederlandse woordenboeken en in het Groene Boekje. Hij is zó van zijn bedenkers losgezongen, dat bijna niemand meer weet dat dit woord door Van Kooten en De Bie is bedacht.

De regelneef baarde onmiddellijk nakomelingen. In de zogeheten Grote Koenen verschenen in 1986 de regelmie, de regeltrut, de regeltruus en de regeltucht. Elders zijn nog regeltante en regelpoes aangetroffen. Van deze reeks komt regelnicht nog wel in de doorzochte krantenbestanden voor, de overige niet.

De regelneef blijkt heel vaak gezelschap te krijgen van een bijvoeglijk naamwoord. Aangetroffen zijn onder meer ‘echte regelneef’, ‘geboren regelneef’, ‘grote regelneef’, ‘klassieke ambitieuze regelneef’, ‘nerveuze regelneef’ en ‘regelneef eerste klas’ (over Felix Rottenberg). De Nederlandse vlootvoogd en politicus C.H. Verhuell (1764-1845) is in de NRC ooit postuum uitgemaakt voor een ‘ongelofelijke regelneef’; Eisevier noemde Ad Melkert in 1995 ‘de rode regelneef van paars’. Daarnaast blijken er nogal wat super-regelneven rond te lopen.

Regelneef wordt tot in de hoogste kringen gebruikt. Zo zei staatssecretaris Aad Nuis in 1997 bij de uitreiking van een prijs aan het voormalig PvdA-Kamerlid Frits Niessen: ‘Je was een regelneef, maar een bevlogen regelneef.’ Vrijwel altijd wordt met regelneef een man aangeduid - het achtervoegsel nodigt daartoe uit - maar soms wordt het ook op vrouwen toegepast. Zo schreef Trouw in 1992: ‘Willeke verloor allengs haar enthousiasme. Ze verfoeide meer en meer haar werk als regelneef. Anderhalf jaar geleden hield ze het voor gezien.’

Rest de vraag: was de regelneef op een bepaald persoon geïnspireerd? Volgens Kees van Kooten is dat niet zo, maar in zijn hyperautobiografische literaire werk duikt een neef op die toch wel erg aan Loet van Kooten doet denken. Die neef verscheen in 1984 in Modermismen in het bekende verhaal ‘Unsere Traumküche’:

Ik heb een neef met een baard, die mij al mijn hele leven tegen alles tracht te verzekeren; die, volkomen ongevraagd, partijen decoratief eikehout en voordelige bielsen laat bezorgen en die mij ook al aan een originele lantarenpaal voor in de tuin heeft gepraat. Die neef wist dus wel een adresje waar ze mooie keukens hadden.

Met die keuken liep het slecht af, maar voor het woord regelneef zijn de vooruitzichten zeer rooskleurig. Dat het volledig is ingeburgerd, blijkt ook uit afleidingen en verkleinvormen als regelneverij, regelneverigheid en regelneefje. Het is, kortom, zo algemeen dat de kans erg groot is dat het zijn makers ruimschoots zal overleven.

Zie ook Cor van der Laak en geilneef.