Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

uitgewoond

betekenis & definitie

Aan het eind van zijn krachten; door zware inspanningen getekend. Letterlijk: door slecht onderhoud in verval geraakt. In het peloton populair gemaakt door o.a. Gerrie Knetemann (total loss en uitgewoond de finish bereiken). Tegenwoordig veel ruimer in gebruik. Ook muzikanten kunnen nu na een concert ‘uitgewoond’ zijn. In de bokswereld zegt men ‘uitgeteld’.

Terwijl zijn formatie zich een beetje kan sparen, verschijnt een van zijn grootste concurrenten - Phil Anderson - met een uitgewoonde brigade aan de voet van de bergen. (Leeuwarder Courant, 01/07/1985)

Ik kon alleen maar harken. Dat is wel een uitdrukking van Knetemann, en je kunt op geen verjaardag komen of iedereen is ‘uitgewoond’ ... (Maarten Ducrot: Berichten uit de Tour de France, 1987)