bal betekenis & definitie

(de; -len) 1 - bolvormig massief of uit delen opgebouwd lichaam dat van de afslagplaats met één of meer slagen in de hole moet worden geslagen, syn. golfbal: een makkelijke resp. lastige, moeilijke bal; zoeken naar de bal, proberen de bal te vinden; mag volgens de golfregels gedurende vijf minuten.

• De golfbal werd vroeger gemaakt van leer met een vulling van veren, daarna van de latexextractie guttapercha, en bestaat tegenwoordig uit een vaste of vloeibare kern met een plastic omhulsel. Door de dimples in het oppervlak is de bal stabieler in de lucht en gerichter te slaan. (FOURN)

• De moderne golfbal, waarmee vanaf het begin van deze eeuw gespeeld wordt, kan bestaan uit meerdere delen. Voor alle typen ballen gelden echter de zelfde normen: een maximaal gewicht van 1,62 ounces (± 45 gram) en een minimum doorsnede van 1,68 inches (± 4,27 cm). (LOSEC)

• Bij strokeplay mag een speler, in geval van twijfel over zijn rechten of juiste handelwijze, de hole met twee ballen uitspelen. Hij moet aan zijn medecompetitor melden dat er sprake is van een zogenaamde ‘tweede bal’ en zeggen met welke bal hij wil scoren. Voordat de speler zijn scorekaart inlevert, moet hij de feitelijke spelsituatie aan de commissie melden. Wanneer is er nog meer sprake van een ‘tweede bal'? Indien een speler bij een strokeplaywedstrijd beseft dat hij van een verkeerde plaats heeft gespeeld en vermoedt dat hij mogelijk een ernstige overtreding heeft begaan, dan moet hij, voordat hij een slag doet van de volgende afslagplaats, de hok uitspelen met een tweede bal die is gespeeld volgens de golfregels. Hij moet de feiten aan de commissie melden voordat hij zijn scorekaart inlevert. Verder kan een speler vanaf de tee een tweede bal spelen als hij denkt dat zijn bal misschien buiten de baan terecht is gekomen of misschien verloren is. Zo’n bal noem je een provisionele bal (dat moet hij erbij zeggen) en als de eerste bal inderdaad OOB ligt of verloren is, kan de speler met die provisionele (tweede) bal verder spelen. (COLLJ)

bal beschouwd als bewogen, bal in het spel, begraven bal, boven de bal, ingebedde bal, onder de bal, onspeelbare bal, provisionele bal, stilliggende bal, uitgeholede bal, verkeerde bal, verloren bal, vervangende bal

2 Gv -(bij het kolfspel) bolvormig lichaam van gummi of van met sajet (‘sajetbal’) omwikkelde gummi dat een kolver in 3 slagen over een vlakke baan slaat, met het doel een zo hoog mogelijk puntenaantal te scoren → kolfspel.
3 SP - wijze waarop de bal (1) behandeld wordt of beweegt: een goed of slecht geslagen bal; mooie bal!, compliment voor een goed geslagen bal.