Geographisch- historisch woordenboek

Servaas de Bruin, D. Noothoven van Goor (1869)

Gepubliceerd op 29-11-2021

Monotheleten

betekenis & definitie

of Monothelieten,de aanhangers eener kerkelijke partij, die wel twee naturen, doch slechts één wil in Christus erkenden. De opwerper van deze ketterij was keizer Heraclius (622), wiens leerbegrip verdedigd werd door de patriarchen Cyrus van Alexandrië en Sergius van Constantinopel, terwijl het bestreden werd door den patriarch Sophronius van Jeruzalem, en veroordeeld door paus Martinus I.

De M. brachten eene scheuring in de Kerk teweeg; de Maronieten zijn een overschot der M.

< >