kleinigheid betekenis & definitie

(1) In de negentiende eeuw een verbloemende benaming voor het vrouwelijk geslacht. Ook wel: kleintje*.

De Kleinigheid van Mejufvr. N.N.

336 onderscheidene nieuwe en grappige Drink-Conditiën. Voor alle Vrolijke Gezelschappen. ± 1830, geciteerd in WNT

(2) aan het begin van de twintigste eeuw een verhullende aanduiding van een borrel. De hoeveelheid drank wordt hier gebagatelliseerd. Een kleinigheid wijst immers op iets gerings. Dit eufemisme wekte al in 1903 de ergernis van een zekere J. Verdonck in het tijdschrift ‘Noord en Zuid’.

Gepubliceerd op 17-08-2018