Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

Gepubliceerd op 20-10-2020

BAVEL

betekenis & definitie

dorp in West-Brabant, nu behorende tot de gemeente Nieuw-Ginneken; aanvankelijk tot de gemeente Ginneken en Bavel. Over de tienden van Bavel werd in 1299 een overeenkomst gesloten tussen de Abdij van Thorn en de pastoor van Gilze.

De kerk was onderhorig aan die van Gilze, waarvan zij in 1316 gescheiden werd. In het midden van de 17e eeuw verleenden de katholieke heren van den Ypelaar schuilplaats aan de paters Jezuïeten om vandaar de katholieken van Bavel en Ginneken te bedienen. In 1646 werd voor dit doel een huis gekocht door jhr. Sebastiaan van Ypelaar, die gehuwd was met Emerentiane Sandelin. Van de Jezuïeten worden genoemd: Henricus van Olmen (♱1622), Martin Moreus (♱1656), Franc. Blommarts (uit Grave ♱1643), Anton Crols (uit Goirle ♱1649).Op de hoeve Wuestenberg onder Bavel stichtte Maria van Loon, weduwe van Jan, graaf van Nassau, met hun zoon Engelbrecht in 1476 een klooster van de reguliere zusters Augustinessen; later werd dit klooster verplaatst naar Boeymeer onder de Hage. Bavel werd in de 18e eeuw met Ginneken verenigd, wereldlijk en kerkelijk; het was vroeger een eigen heerlijkheid. Sinds 1316 is de heilige Brigida patrones van Bavel. De oude kerk werd in 1888 vervangen door de huidige. In 1942, nadat een deel van Ginneken bij Breda was gevoegd, ontstond een nieuwe gemeente: Nieuw-Ginneken, waartoe ook Bavel behoort.

Bron: T. E. van Goor: Stadt en Lande van Breda. 1744.