nagel betekenis & definitie

Dunne, doorzichtige plaat van hoornstof aan het uiteinde van je vingers en je tenen.

Nagels groeien vanuit de nagelbasis over het nagelbed, zijn omgeven door huid en bestaan uit hoornstof (keratine). De huid vast tegen de nagel aan heet ‘nagelwal’. De licht verhoornde rand daarvan is de nagelriem.

Een nagel kan raar gaan doen, gaan ingroeien en soms zelfs gaan loslaten door ziekte of beschadiging. Je slaat bijvoorbeeld per ongeluk met een hamer erop, je knipt ze verkeerd af of je hebt de huidziekte psoriasis en krijgt daardoor klachten aan het nagelbed. De nagel kan ook een schimmelinfectie oplopen. Soms laat de nagel bij dit alles los en meestal komt er dan een nieuwe nagel voor in de plaats. Putjes in de nagels komen vaak door psoriasis of eczeem. Sommige mensen hebben bruingele nagels door veel roken.

Van een nagel groeit de rand bovenaan soms bij de hoeken in de huid vast. Dat kan gebeuren door smalle of nauwe schoenen, door de vorm van de teen zelf (bij het lopen drukt een nagelrand dan diep in de huid) of door te kort inknippen in de hoekjes. Zo’n ingegroeide nagel zit meestal op de grote teen. De teen is op die plaats dan pijnlijk en kan gaan ontsteken.

Kijk ook bij nagelriemontsteking.