hypoglykemie, hypoglycemie betekenis & definitie

Te weinig glucose (bloedsuiker) in het bloed (uitspraak: HIE-poo-glie-ku-MIE, HIE-poo-glie-su-MIE).

Sinds oktober 2016 mag je dit van het Groene Boekje ook met een c schrijven: ‘hypoglycemie’. Een aanval van hypoglykemie wordt ook wel ‘een hypo’ genoemd. Mensen met diabetes kunnen een hypo krijgen wanneer ze vlak voor een maaltijd insuline spuiten en dan te lang wachten met eten of te weinig eten. Hun hart gaat dan sneller kloppen, ze gaan zweten (ook als het niet warm is) en krijgen last van sidderingen en soms ook hoofdpijn. Soms worden ze agressief, zenuwachtig of verward.

Als er niets aan wordt gedaan, vallen ze bij een heel laag bloedsuikergehalte flauw en komen ze niet meer bij (hypoglykemisch coma). Ze moeten dit voorkomen door snel iets met suiker te eten, bijvoorbeeld een klontje suiker of een banaan, of te drinken, bijvoorbeeld vruchtensap of cola. Als ze eenmaal bewusteloos (in coma) zijn, moeten ze een prik van de dokter krijgen om bij te komen.

Ook ‘een hypo’. Kijk ook bij diabetes, insuline.