Oordelen betekenis & definitie

Oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordt, veroordeel een ander niet.

Er zijn verschillende bijbelplaatsen waarin sprake is van oordelen en geoordeeld worden. Vgl. Matteüs 7:1, ‘Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt’ (NGB-vertaling) en Romeinen 2:1, ‘Natuurlijk, u veroordeelt dit alles. Maar u bent evenmin te verontschuldigen. Het oordeel dat u over anderen velt, velt u over uzelf, want de dingen die u veroordeelt doet u zelf ook’ (NBV). Kern van de zaak is dat een mens een ander niet moet veroordelen als hijzelf niet door anderen veroordeeld wil worden. Een omkering hiervan vinden we in de volgende woorden van W.H. Nagel, hoogleraar criminologie Leiden, in zijn afscheidscollege: ‘Leven eist van de mens met oordelen niet op te houden ook al zou hij zelf geoordeeld worden’ (NRC, 7-2-1976).

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Matteüs 7:1. En oordeelt niet op dat ghi niet gheordeelt en wert.

Gebruiksvoorbeeld: ‘Wat heb je je haar een rare kleur gegeven!’ ‘Denk eraan: oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.’ (Voorbeeld, jaren ’90)

Gepubliceerd op 11-05-2017