Naaste betekenis & definitie

Naaste, lid van dezelfde leefgemeenschap (familie, woonplaats, volk, etc.); medemens.

Een naaste is iemand die tot dezelfde familie of hetzelfde volk behoort; vgl. Exodus 2:13, ‘Toen hij op een andere dag uitging, zie, daar waren twee Hebreeuwse mannen aan het vechten, en hij zeide tot de schuldige: Waarom slaat gij uw naaste?’ (NBG-vertaling). De betekenis is uitgebreid tot het meer algemene ‘medemens’.

Bijbelcitaat: Rijmbijbel (1271), v. 4615-17 (Exodus 20). DV ne soud in gherre stonde. Luden ne ghene valsce orconde. Jeghen dinen naesten. (Je mag nooit een valse getuigenis afleggen over je naaste.)

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Exodus 2:13. Waer om slaedi uwen naesten?

Gebruiksvoorbeeld: De gezondheidszorg wordt steeds complexer. Steeds vaker doemen (ethische) vragen op, die voor patiënten of hun naasten moeilijk te beantwoorden zijn. (Meppeler Courant, nov. 1994)

Gebruiksvoorbeeld: ‘Dieren zijn ook naasten,’ zei ik koppig, ‘en er staat in de bijbel: Gij zult niet doodslaan.’ (M. ’t Hart, Het vrome volk, 1985 (1974), p. 21)

Heb uw naaste lief als uzelf, houd van je medemens, behandel je medemens goed.

Naastenliefde, het houden van, goed behandelen van de medemens, een van de belangrijkste christelijke deugden.

De opdracht om je naaste lief te hebben als jezelf stamt onder meer uit Leviticus 19:17-18, ‘Wees niet haatdragend. [...] Heb je naaste lief als jezelf’ (NBV). Naar dit gebod wordt verwezen in Matteüs 5:43, ‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd:“Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten”’ (NBV). In het hedendaags Nederlands wordt soms creatief met deze uitdrukking omgegaan, zoals uit het volgende citaat blijkt: ‘`Heb uw afnemers lief’, luidt het motto van Blom [bestuursvoorzitter van Apothekers Coöperatie OPG], die de apotheker van meer diensten wil gaan voorzien’ (NRC, 10-9-1998, p. 20).

De samenstelling naastenliefde gaat op dezelfde bijbelplaatsen terug.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Leviticus 19:18. Ghi sult uwen naesten liefhebben gelijc v seluen. (Statenvertaling (1637): als i.p.v. gelijc.)

Gebruiksvoorbeeld: ‘Hebt uw naaste lief,’ zei De Gier. ‘Ben jij religieus?’ ‘Nee.’ ‘Waarom preek je dan tegen me?’ De Gier raakte Cardozo voorzichtig aan. ‘Ik preek niet. Hebt uw naaste lief. Dat is zo. Ik had het net zo goed niet kunnen zeggen. Ik kan ook zeggen dat we op straat staan. We staan op straat, dat is zo.’ (J. van de Wetering, De dood van een marktkoopman, 1989 (1977), p. 162)

Gebruiksvoorbeeld: Voor christen-democraten is de wenselijke maatschappelijke ordening niet afgeleid van een volstrekte individuele vrijheid tot zelfbestemming, waarbij alleen rekening moet worden naaste liefhebben en respect voor natuur betonen: voorwaarde voor ontplooiing gehouden met de vrijheid van andere individuen, maar van een mensbeeld waarbij personen zich optimaal ontplooien als zij hun naaste liefhebben als zichzelf en de natuur respecteren als de door God gegeven schepping. (Liberaal Reveil, 1995, nr. 1)

Gebruiksvoorbeeld: Hij ging weer bladeren in de boeken die nog op tafel lagen. Over naastenliefde gesproken. De vijand van het ik is de abstractie ‘Mens’, las hij in z’n Stirner. (F.B. Hotz, Het werk, 1997 (Op een eiland, 1980), dl. 1, p. 631)

Gepubliceerd op 11-05-2017