Volk betekenis & definitie

Het uitverkoren volk, naam voor het joodse volk; (fig.) volk dat zichzelf als door God uitverkoren beschouwt.

In de bijbel wordt het volk van Israël beschreven als het door God uitverkoren volk, het volk dat Hij uitgekozen heeft om Hem te dienen en om zijn goddelijke leiding te ontvangen: ‘Het gedierte des velds zal Mij eren, jakhalzen en struisen, want Ik geef water in de woestijn, rivieren in de wildernis om mijn uitverkoren volk te drenken’ (Jesaja 43:20, NBG-vertaling; de NBV heeft hier ‘het volk dat ik heb uitgekozen’, maar op andere plaatsen wordt ‘uitverkoren’ nog wel gebruikt). Zie ook uitverkoren.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Jesaja 43:20. Want ic heb in die woestine water gegeuen stromen in die wildernisse, op dat gedrenct werde mijn volc, mijn wtuercorene.

Bijbelcitaat: Canisiusvertaling (1929-1939), Jesaja 43:20. Want Ik breng water in de woestijn, En in de wildernis stromen, Om mijn uitverkoren volk te drenken.

Gebruiksvoorbeeld: De meeste milities én hun sympatisanten drijven op een duistere ‘teologische’ overtuiging die in de Angelsaksische (‘WASP’) bevolking van de VS een ‘uitverkoren volk’ ziet, met de Verenigde Staten als het Beloofde Land. (De Standaard, dec. 1995)

Gebruiksvoorbeeld: Op gezag van de apostel Paulus en vele kerkvaders werden de joden tot zeer recent beschouwd als een verblind, ‘perfide’ en zéér voormalig uitverkoren volk. (NRC, mei 1994)