Zweten
(zweette, heeft gezweet), 1.transpireren, vocht uitwasemen, zweet van zich geven : onder de armen zweten ; de zwetende huid ; — ik zweet ervan, dat kost mij moeite; ergens op zweten, zich sterk inspannen om een moeilijke arbeid te verrichten ; — de examinandi laten zweten, hun lastige vragen te beantwo...