Synoniemen van zuid

2020-02-28

zuid

1. Een van de vier windrichtingen die aan de spelers worden toegekend. 2. Aanduiding voor de speler die deze windrichting heeft (ook: de ‘zuidspeler’).

2020-02-28

zuid

zuid - Bijwoord 1. (windstreek) in de richting van de pool die op Antarctica ligt De wind draaide van oost naar zuid. Woordherkomst Wellicht verwant met zon. De betekenis is in dat geval eigenlijk: het gebied van de zon. Antoniemen noord, noorden Verwante begrippen oost, west, oosten, westen

2020-02-28

Zuid

Zie: windrichting

2020-02-28

Zuid

Zuid bestaat uit twee delen: het oude Zuid, dat vooral in de 19de eeuw is ontstaan en het nieuwe Zuid, dat met name tussen de twee wereldoorlogen verrees. De oudste straat van het oude Zuid is de P.C. Hooftstraat*, die al in 1872 met woonhuizen bebouwd werd. Deze straat maakt met de omliggende buurt en het Rijksmuseum*, Stedelijk Museum*, Van Goghmuseum*, Concertgebouw* en Museumplein* deel uit van het cultureel centrum van Amsterdam. Dit stadsgedeelte, dat ook wel bekend staat als het Museumkwa...

2020-02-28

zuid

zuid - zelfstandig naamwoord 1. gebied dat ligt tegenover de richting van de kompasnaald ♢ we voeren van noord naar zuid Zelfstandig naamwoord: zuid de zuid Synoniemen zuiden Tegenstellingen noord

2020-02-28

Zuid

Het begrip zuid heeft 3 verschillende betekenissen: 1. zuid - ZUID - 1. ZUID, o. Zuiden. 2. zuid - ZUID, bw. ten zuiden, van de zuidzijde; de wind is zuid, waait van de zuidzijde; Zuid ten Oosten, het punt dat zich 11 ¼ graad van het Zuiden naar het Oosten bevindt; Zuid ten Westen, dat punt hetwelk zich 11 ¼ graad van het Zuiden naar het Westen bevindt. 3. zuid - ZUID, v. zuidwaarts liggende streek: om de Zuid varen.

2020-02-28

zuid

(zuit) [wsch. zon] I. bw. naar, van, in het zuiden: koersen; de wind is -. II. 1. v. zuidelijke streken: om de b.v. om de Kaap naar Indië. 2. o. het zuiden. Tgst. noord.