Wat is de betekenis van Vorm?

2019
2022-08-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vorm

vorm - Zelfstandignaamwoord 1. ruimtelijke begrenzing van een voorwerp Een stuk land in de vorm van een driehoek. 2. sjabloon of bak waarin iets gegoten of geperst kan worden Het deeg van de taart werd in de vorm gedaan. 3. (veranderlijke) toes...

Lees verder
2018
2022-08-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vorm

vorm - zelfstandig naamwoord 1. uiterlijke gedaante ♢ zijn hoofd heeft de vorm van een ei 1. ik ben niet in vorm [niet in goede geestelijke of lichamelijke conditie] 2. het neem...

Lees verder
2017
2022-08-18
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Vorm

Vorm - 'in vorm zijn', 'de vorm hebben': in goede conditie zijn. Van een renner die in een uitzonderlijk goede vorm verkeert zegt men dat hij zijn superdag heeft. Syn.: op scherp staan, op snee zijn. Een neologisme is: in bloedvorm zijn. Vgl. Fr. argot être costo, être gonflé à bloc; Eng. to have a good form.

2017
2022-08-18
WizWijs

Inzicht voor leerling en leerkracht

vorm

De vorm is de uiterlijke gedaante van objecten in de ruimte, zowel driedimensionaal (kubus, bol) als getekend in het platte vlak (vierkant, rechthoek, cirkel). De kennis over vormen en hun eigenschappen hoort bij het domein ‘Meten en meetkunde’. Om met vormen te kunnen werken (bijvoorbeeld de klas indelen en objecten een plaats geven) moeten de lee...

Lees verder
2010
2022-08-18
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

vorm

vorm: conditie, het in goede of slechte doen zijn.

2009
2022-08-18
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

vorm

(de; -en) SP - optimale (lichamelijke en geestelijke) conditie, syn. (Belg.N.) forme: hij was vandaag goed, slecht in vorm. → bloedvorm

Lees verder
2002
2022-08-18
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

vorm

Vorm is: 1) (beeldend): het uiterlijk aanzien van een 2,3-dim beeld (2); bij een 3-dim beeld is de vorm tastbaar, bij een 2-dim beeld is de vorm uitsluitend plat; 2) (dans): als er in dans (1) gesproken wordt over vorm dan gaat het over datgene wat zichtbaar of hoorbaar is; zie ook dansvorm; 3) (muziek): de indeling van een lied of een muziekstuk;...

Lees verder
2001
2022-08-18
Begrippenlijst drama

Nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

Vorm

Toetsterm.

1992
2022-08-18
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Vorm

Plato’s termen (eidos en idea, ongeveer synoniem) voor zijn Vormen of Ideeën betekenden zowel zichtbare vorm als aard of soort. Plato’s Vormen (vaak aangeduid met een hoofdletter) waren in zekere zin onafhankelijke objecten (vgl. universalia). De objecten die we met onze zintuigen waarnemen beschouwde hij als niet meer dan afschaduwingen van de Ide...

Lees verder
1990
2022-08-18
BDI

BDI terminologie

vorm

1. zie: bibliografische vorm. 2. zie: drukvorm.

Lees verder
1990
2022-08-18
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

vorm

vorm - De omtrek, vorm of kenmerkende configuratie van een object met inbegrip van zijn contouren; de uiterlijke verschijningsvorm of buitenste begrenzing van het object.

1987
2022-08-18
Reclame woordenboek

Frans van Lier - 1987

Vorm

Zie drukraam.

1973
2022-08-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Vorm

m. (-en), 1. de zichtbare uiterlijke verschijning(e): de vorm van een figuur; (fig.) vorm geven aan een gedachte, een gevoelen, die in woorden uitdrukken; vorm aannemen, duidelijker, meer omlijnd worden: de plannen beginnen vorm aan te nemen; de schone vorm van een vaas; vormen van kristallen; (van het lichaam) fraaie, volle vormen; met betrekking...

Lees verder
1965
2022-08-18
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

VORM

→ Gestalt, Structuur.

1954
2022-08-18
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Vorm

of forma (f) noemt men door bepaalde kenmerken te onderscheiden biotypen of groepen binnen een plantensoort, die niet, zoals een variëteit, aan een bepaald gebied of milieu gebonden is.

1952
2022-08-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vorm

s., foarm, pl. f o a r m s, f o a r m e n; fatsoen (it), bistek (it), bigryp (it), biloop (it), stal (it); (patroon), mal (it).

1937
2022-08-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vorm

m. -en, vormpje; 1. uiterlijke gedaante, fatsoen; model, patroon, mal: de bolvorm; een hoed een andere vorm geven; een dichtvorm; zie drama enz.; de briefvorm; zegsw. iets in een andere vorm gieten, een andere gedaante geven; in de vorm van; een vaste vorm, vaste vormen aannemen; 2. de juiste, vereiste gedaante; de rechtsvorm: alles in de vorm opma...

Lees verder
1933
2022-08-18
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Vorm

1° (philos.) ➝ Forma (2°); Stof-en-vormleer. 2° (Aesthetica) ➝ Kunst. 3° Muzikale vormen. Evenals in de overige kunsten is in de muziek de vorm een hoogst belangrijke factor voor een harmonisch en gaaf kunstwerk. Vormloosheid wekt onlust op, daar het werk dan als toevallige willekeur wordt ondervonden en onoverzichtelijk is. Evenals...

Lees verder
1898
2022-08-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VORM

VORM - m. (-en), uiterlijke gedaante, fatsoen : de aarde heeft den vorm van een sinaasappel; de vorm van een hoed ; — uiterlijk : de verschillende vormen der kristallen ; dieren met plompen, slanken vorm ; planten van uiteenloopenden vorm; — de juiste gestalte die iets hebben moet, de wijze van samenstelling : een contract in den vorm...

Lees verder
1898
2022-08-18
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Vorm

zie Figuur.