Wat is de betekenis van vormen?

2019
2023-02-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vormen

vormen - Werkwoord 1. in de juiste vorm brengen Ik wil eerst rondkijken en mezelf een mening vormen. 2. deel uitmaken van, fungeren als bouwsteen van Vanille-ijs en aardbeien vormden het toetje. Insecten vormen...

Lees verder
2018
2023-02-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vormen

vormen - regelmatig werkwoord uitspraak: vor-men 1. de gedaante ervan hebben ♢ deze straten vormen een kruis 2. het maken ♢ hij vormt een beeld uit klei 1. ik kan m...

Lees verder
2004
2023-02-05
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

vormen

(vormde, gevormd) in België ook: draaien, kiezen, toetsen van telefoonnummers: vorm het nummer xxx

2002
2023-02-05
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

vormen

Vormen is: 1) het meervoud van vorm; 2) het maken van een 3-dim beeld (2) d.m.v. beeldhouwen, boetseren of modelleren, construeren en formeren; 3) rangschikkingen in de muzikale structuur.

1973
2023-02-05
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Vormen

(vormde, heeft gevormd), 1. de gedaante hebben van: die straten een kruis; 2. uitmaken, zijn: de grondslag voor iets vormen; zij vormen de meerderheid; 3. de gedaante geven aan: een kring vormen; een beeld uit klei vormen; 4. samenstellen, maken: een leger vormen; zich een denkbeeld, een oordeel vormen, uit de beschikbare gegevens doen ontstaa...

Lees verder
1952
2023-02-05
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vormen

v., foarmje; boter —, bûterkop(k)je.

1950
2023-02-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Vormen

(vormde, heeft gevormd), 1. de genoemde vorm vertonen, de vorm van de genoemde zaak doen zien : die straten vormen een kruis ; 2. uitmaken, zijn : de Maas vormt de noordelijke grens van Noord-Brabant; het vogelbekdier vormt de overgang van de viervoetige dieren tot de vogels; zij vormen een gesloten kaste; 3. het genoe...

Lees verder
1937
2023-02-05
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vormen

I. vormde, heeft gevormd; van vorm afgeleid of van Lat. formare: 1. een gedaante hebben van: de wegen in dit bos vormen een ster; 2. een gedaante geven; ook: vervaardigen, maken: de leerlingen gaan een kring vormen; een beeld uit pleister vormen; 3. door vorm, gedaante, plaats iets zijn: dit riviertje vormt hier de grens; die troepen vormen de acht...

Lees verder
1933
2023-02-05
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Vormen

Het toedienen van het H. Vormsel; zie ➝ Vormsel.

1930
2023-02-05
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

vormen

('vormən) (vormde, heeft gevormd) I. 1. een bepaalde vorm hebben : die straten een kruis. 2. uitmaken, zijn : de Schelde vormt grotendeels de westelijke grens van de provincie Antwerpen. 3. een bepaalde vorm geven : een mooi gevormd lichaam. 4. bijeenbrengen : een leger -. 5. vervaardigen, maken : een beeld uit gips -. 6. leren, onderrich...

Lees verder
1919
2023-02-05
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Vormen

het vormsel toedienen (Kath. Kerk), mnl. Vormen, waarschijnl. door vermen (verg. versch en dial. vorsch ; Wereld, eng. World; Werden, worden), uit lat. firmare, confirmare, hgd. firmen, firmeln, (hgd. Confitmande = aannemeling).

Lees verder
1911
2023-02-05
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Vormen

(het Vormsel toedienen) komt niet van vorm af, maar van ’t Lat. firmare = bevestigen, van firmus = vast; vormen is dus vastmaken, bevestigen als lid der kerk; vgl. ’t Protestantsche ,,bevestigen” van lidmaten.

1908
2023-02-05
Vivat

Schrijver op Ensie

Vormen

(muzikale) de muziekstukken zooals deze zich langzamerhand uit den dans en en het volkslied (liedvorm) tot hoogere kunstuitingen hebben ontwikkeld. Soms blijkt uit den naam reeds tot welke soort (instrumentaal, vocaal) de vorm behoort (bijv. sonate, symphonie); somwijlen is bij behoud van den vorm de soort veranderd (bijv. nocturne, oorspr. vocaal,...

Lees verder
1898
2023-02-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VORMEN

VORMEN - (vormde, heeft gevormd), een zekeren vorm aannemen : die straten vormen een kruis; — een kring vormen, in een kring gaan zitten of staan ; — uitmaken, zijn : de Maas vormt de noordelijke grens van NoordBrabant; het vogelbekdier vormt den overgang der viervoetige dieren tot de vogels; — een zekeren vorm geven : brood, fl...

Lees verder
1573
2023-02-05
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

vormen

Formare, conformare.

Lees verder