Wat is de betekenis van vormen?

2019
2022-01-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vormen

vormen - Werkwoord 1. in de juiste vorm brengen Ik wil eerst rondkijken en mezelf een mening vormen. 2. deel uitmaken van, fungeren als bouwsteen van Vanille-ijs en aardbeien vormden het toetje. Insecten vormen...

Lees verder
2018
2022-01-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vormen

vormen - regelmatig werkwoord uitspraak: vor-men 1. de gedaante ervan hebben ♢ deze straten vormen een kruis 2. het maken ♢ hij vormt een beeld uit klei 1. ik kan m...

Lees verder
2002
2022-01-26
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

vormen

Vormen is: 1) het meervoud van vorm; 2) het maken van een 3-dim beeld (2) d.m.v. beeldhouwen, boetseren of modelleren, construeren en formeren; 3) rangschikkingen in de muzikale structuur.

1973
2022-01-26
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

vormen

(vormde, heeft gevormd), 1. de gedaante hebben van: die straten een kruis; 2. uitmaken, zijn: de grondslag voor iets —; zij — de meerderheid; 3. de gedaante geven aan: een kring —; een beeld uit klei —; 4. samenstellen, maken: een leger —; zich een denkbeeld, een oordeel —, uit de beschikbare gegevens doen o...

Lees verder
1952
2022-01-26
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vormen

v., foarmje; boter —, bûterkop(k)je.

1950
2022-01-26
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Vormen

(vormde, heeft gevormd), 1. de genoemde vorm vertonen, de vorm van de genoemde zaak doen zien : die straten vormen een kruis ; 2. uitmaken, zijn : de Maas vormt de noordelijke grens van Noord-Brabant; het vogelbekdier vormt de overgang van de viervoetige dieren tot de vogels; zij vormen een gesloten kaste; 3. het genoe...

Lees verder
1937
2022-01-26
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vormen

I. vormde, heeft gevormd; van vorm afgeleid of van Lat. formare: 1. een gedaante hebben van: de wegen in dit bos vormen een ster; 2. een gedaante geven; ook: vervaardigen, maken: de leerlingen gaan een kring vormen; een beeld uit pleister vormen; 3. door vorm, gedaante, plaats iets zijn: dit riviertje vormt hier de grens; die troepen vormen de acht...

Lees verder
1933
2022-01-26
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Vormen

Het toedienen van het H. Vormsel; zie ➝ Vormsel.

1919
2022-01-26
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Vormen

het vormsel toedienen (Kath. Kerk), mnl. Vormen, waarschijnl. door vermen (verg. versch en dial. vorsch ; Wereld, eng. World; Werden, worden), uit lat. firmare, confirmare, hgd. firmen, firmeln, (hgd. Confitmande = aannemeling).

Lees verder
1898
2022-01-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VORMEN

VORMEN - (vormde, heeft gevormd), een zekeren vorm aannemen : die straten vormen een kruis; — een kring vormen, in een kring gaan zitten of staan ; — uitmaken, zijn : de Maas vormt de noordelijke grens van NoordBrabant; het vogelbekdier vormt den overgang der viervoetige dieren tot de vogels; — een zekeren vorm geven : brood, fl...

Lees verder