Wat is de betekenis van verzoenen?

2019
2022-07-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

verzoenen

verzoenen - Werkwoord 1. vrede laten sluiten Hij slaagde er in de twee kampen te verzoenen. Woordherkomst Afgeleid van zoenen met het voorvoegsel ver- Synoniemen conciliëren, reconciliëren, goedmaken, bijleggen, vrede sluiten Verwante begrippen verzoendag, verzoenen...

Lees verder
2018
2022-07-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

verzoenen

verzoenen - regelmatig werkwoord uitspraak: ver-zoe-nen 1. het tegen je zin accepteren ♢ hij heeft zich ermee verzoend dat hij geen dokter zal worden 2. vrede (laten) sluiten ♢ na jaren ruzie he...

Lees verder
1973
2022-07-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Verzoenen

(verzoende, heeft en is verzoend), weer tot vrede of vriendschap brengen, genoegdoening geven; goedmaken: zich met iemand verzoenen, de vijandschap doen ophouden; zij zijn weer verzoend; ik kan mij er best mee verzoenen, mee verenigen; met een denkbeeld verzoend raken, zich erbij neerleggen; het strijdige opheffen, tegenstellingen teniet doen.

1952
2022-07-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Verzoenen

v., (for)soen(j)e, formoedsoen(j)e.

1950
2022-07-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Verzoenen

(verzoende, heeft en is verzoend), 1. weder tot vrede of vriendschap brengen, genoegdoening geven: iem., een vertoornde verzoenen : man en vrouw met elkander verzoenen ; God, die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus (2 Cor. 5 : 18) ; — God verzoenen, boete doen, zijn zonden bekennen en er voor boeten ; — goedmake...

Lees verder
1937
2022-07-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

verzoenen

verzoende, h. verzoend (de vrede herstellen, de vijandschap doen eindigen): God verzoenen; en dat verzoende me weer geheel met mijn lot; verzoend raken met het denkbeeld; refl. zich met iem. verzoenen, weer vrede sluiten.

1898
2022-07-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VERZOENEN

VERZOENEN - (verzoende, heeft verzoend), bevredigen, de vriendschap herstellen : iem., een vertoornde 'verzoenen; man en vrouw met elkander verzoenen; — God verzoenen, boete doen, zijne zonden bekennen en er voor boeten; — zich met iem. verzoenen, de vijandschap doen ophouden; — ik kan er mij best mede verzoenen, vereenigen...

Lees verder
1898
2022-07-04
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Verzoenen

zie Bevredigen.