Wat is de betekenis van vagen?

2019
2022-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vagen

vagen - Werkwoord 1. vegen 2. (landbouw) braak (laten) liggen Zie ook vägen

Lees verder
2004
2022-11-30
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

vagen

(vaagde, gevaagd) vegen, schoonvegen, wrijven ook.<fig.> Nergens wordt gevraagd om eindelijk, definitief, de spons over het verleden te vagen. - GvA, 21-03-2002. Retabo zet zich in om die reputatie van doods provincienest definitief uit te vagen. - HN, 20-01-2001.

Lees verder
1973
2022-11-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Vagen

(vaagde, heeft gevaagd), (gew.) vegen.

1950
2022-11-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Vagen

(vaagde, heeft gevaagd), 1. (overg., veroud. en gew.) door wrijven reinigen, schoonmaken, zuiveren; — (Zuidn.) iemands schoenen vagen, om een fooi te krijgen; (zegsw.) zijn botten, broek, hakken, hielen, zolen aan iem. of iets vagen, iets of iem. niet achten, maling hebben aan; (Zuidn.) iem. de mouw vagen, hem vle...

Lees verder
1937
2022-11-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vagen

vaagde, h. gevaagd (wegvegen; fig. reinigen); zie vegen.

1930
2022-11-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

vagen

(vaagde, heeft gevaagd) 1. Veroud. wegvegen. 2. doen verdwijnen: de hoop vaagt de nevelen van het hoofd.

Lees verder
1898
2022-11-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VAGEN

VAGEN - (vaagde, heeft gevaagd), wegvegen; (inz. fig.) de hoop vaagt de nevelen van het hoofd.

1864
2022-11-30
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Vagen

Vagen, bw. gel. (ik vaagde, heb gevaagd), wegvegen; (inz. fig.) de hoop vaagt de nevelen van het hoofd.