Wat is de betekenis van uitspelen?

2019
2021-01-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

uitspelen

uitspelen - Werkwoord 1. (sport) (ov) ten einde spelen 2. (sport) (ov) spelen op het terrein van de tegenpartij 3. (sport) (ov) (een tegenstander) uitschakelen door middel van een dribbel of een pass Woordherkomst samenstelling van uit en spelen Uitdrukkingen en gezegden ♦ Zijn laatste troef ...

Lees verder
2018
2021-01-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

uitspelen

uitspelen - regelmatig werkwoord uitspraak: uit-spe-len 1. spelen tot het eind ♢ we hebben het spel uitgespeeld 2. in het spel brengen ♢ meneer Van de Vijver speelde zijn troef uit ...

Lees verder
2017
2021-01-27
Voetballers

Jargon & Slang van Voetballers

Uitspelen

Uitspelen - de tegenstander voortdurend passeren en daardoor niet aan bod laten komen; ook foutief taalgebruik voor een uitwedstrijd spelen.

1998
2021-01-27
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

uitspelen

1. Incasseren van slagen in een lange kleur. 2. Van een spel: tot de laatste kaart spelen. Zie ook: claimen

Lees verder
1973
2021-01-27
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

uitspelen

(speelde uit, heeft uitgespeeld), 1. ten einde spelen: het spel —; 2. in het spel werpen, opspelen: een troef —; (fig.) gebruik maken: personen tegen elkaar —; 3. een uitwedstrijd spelen.

Lees verder
1950
2021-01-27
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Uitspelen

(speelde uit, heeft uitgespeeld), 1. ten einde spelen : het spel uitspelen ; zijn rol uitgespeeld hebben, meest fig.; 2. in het spel werpen, opspelen : ruiten tien uitspelen; een troef uitspelen; zie voorts Troef; — (fig.) iets tegen iem. uitspelen, in het geding brengen, zich er van bedienen om enig...

Lees verder
1898
2021-01-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

UITSPELEN

UITSPELEN - (speelde uit, heeft uitgespeeld), ten einde spelen: het spel uitspelen; — (in het spel) het eerst spelen; troef uitspelen, eene troefkaart het eerst werpen; (fig.) zijn hoogste troeven uitspelen, zie TROEF; — (w. g.) uitvoeren, verrichten : daar hebt ge wat fraais uitgespeeld.

Lees verder