Wat is de betekenis van titelhouder?

2019
2021-04-11
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

titelhouder

titelhouder - Zelfstandignaamwoord 1. iemand of groep die in een wedstrijd kampioen is geworden en er nog geen nieuwe wedstrijd is gehouden waarin iemand anders de kans heeft gehad om de titel over te nemen Ronald Mulder, de Nederlands kampioen op de sprintvierkamp, stelde teleur met een achttiende plek (1....

Lees verder
2010
2021-04-11
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

titelhouder

titelhouder: renner die een kampioenschap gewonnen heeft.

2009
2021-04-11
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

titelhouder

(de; -s) - renner, ploeg of club die een kampioenstitel op zijn naam heeft.

1973
2021-04-11
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

titelhouder

m. (-s), drager van een kampioenstitel.

1950
2021-04-11
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Titelhouder

m. (-s), drager van een kampioenstitel: titelhouder van 100 m borstcrawl.