Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

titel

betekenis & definitie

titel - zelfstandig naamwoord
uitspraak: ti-tel

1. vetgedrukte regel boven een tekst
♢ welke titel heeft deze tekst?
2. aanduiding die je voor of achter je naam mag zetten
♢ 'jonkheer' en 'ingenieur' zijn titels
3. aanduiding dat je kampioen bent
♢ deze club haalt de wereldtitel
1. voor de titel strijden
[deelnemen aan een wedstrijd om uit te maken wie kampioen wordt]
4. naam van een verhaal, boek, film, etc.
♢ wat is de titel van dit gedicht?
1. op persoonlijke titel
[alleen namens jezelf]

Algemene uitdrukkingen:
1. ik deed dat op persoonlijke titel
[alleen namens mezelf]
Zelfstandig naamwoord: ti-tel
de titel
de titels
het titeltje

Synoniemen
kop