Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

titel

betekenis & definitie

titel - Zelfstandignaamwoord
1. opschrift van een boek of ander document
tab tab1">♢ De titel van dit boek is 'Scheikunde voor de leek'.
2. academische of adellijke aanduiding van een persoon
Hem werd de titel van 'doctor' verleend.

titel - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van titelen
♢ Ik titel
2. gebiedende wijs van titelen
titel!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van titelen
titel je?