2019-12-05

-te

-te - Achtervoegsel 1. maakt van een bijvoeglijk naamwoord|bijvoeglijk een vrouwelijk zelfstandig naamwoord dat een maat toevoegt aan de hoedanigheid uitgedrukt door het bijvoeglijk naamwoord breed → [[breedte|breedte]]. 2. :soms met klinkerverandering: lang → [[lengte|lengte]]. 3. samen met voorvoegsel ge- vormt -te een onzijdig zelfstandig naamwoord dat een verzameling aangeeft. Zi...

2019-12-05

te

te - voorzetsel, bijwoord 1. geeft een plaats aan ♢ de vergadering wordt gehouden te Den Haag 2. meer dan goed of wenselijk is ♢ je eet te veel, zo word je te dik 1. dat is toch al te dol [veel te gek] 2. ik kom graag, te meer omdat jij zo lekker kookt

2019-12-05

Te

Te - (met de lidwoorden den en der samengetrokken tot TEN en TER), voorz. om het doel eener beweging te kennen te geven, eene nadering, eene nabijheid: te bed brengen; te paard stijgen; te velde trekken; iem. te voet vallen; ten hemel, ter helle varen; iem. ten eten vragen; ter wereld komen, een land ter wereld brengen, ter markt gaan; ten einde brengen, enz.; — het zich bevinden op eene plaats in den toestand van rust (inz. bij namen van steden of dorpen): hij woont te ’sGravenhage; de Nieu...

2019-12-05

Te

Te - symbool voor het scheikundig element Tellurium.

2019-12-05

te

In de als uitroep gebezigde vloeken te droes, te drommel is te de vervorming van het lidwoord de.

2019-12-05

Te

Scheik. symbool voor het element telluur.