Wat is de betekenis van Taille?

2024-04-13
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

taille

taille - Zelfstandignaamwoord 1. het middelste deel van het lichaam De broek zit wat strak rond de taille. Synoniemen middel

2024-04-13
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

taille

taille - zelfstandig naamwoord uitspraak: -je 1. smalste deel van je romp ♢ mijn taille is 80 centimeter Zelfstandig naamwoord: -je de taille de tailles ...

2024-04-13
Champagne compleet

Gert Crum (2008)

Taille

de tweede persing die 500 liter wijn mag opleveren. De cuvée is de eerste persing, goed voor 2050 liter van 4000 kilo druiven. Bij elkaar mag er dus 2550 liter champagne worden gewonnen uit 4000 kilo druiven. De taille is van mindere kwaliteit dan de cuvée. Er zijn huizen die geen of bijna geen wijnen van de taille verwerken. De taille wordt dan ge...

2024-04-13
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Taille

[Fr., van Lat. talea = afgesneden twijg, kort afgesneden stuk] (vorm van het) bovenlijf, leest, middel.

2024-04-13
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Taille

middel; snit van een kleed (vero ); belasting (gesch.); het afnemen van kaarten (kaartsp.)

2024-04-13
Wijn & drank Encyclopedie

Jan Zellenrath (1979)

Taille

In de Champagne betekent dit woord de tweede persing van de druiven en de volgende, behalve de laatste. De eerste 'taille’ komt overeen met de tweede 'serre’ en de tweede 'taille’ met de derde → serre. Deze most wordt gebruikt voor de produktie van de kwalitatief mindere Champagnes van iedere fabrikant. Alleen...

2024-04-13
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Taille

lichaamsgestalte, leest; middel van het lichaam; directe belasting in vóór-revolutionair Frankrijk; in kaartspel afgenomen kaarten.

2024-04-13
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Taille

s., mil, mul; een slanke —, in kliene mul.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-04-13
Duits woordenboek (DU-NL)

Dr. H. W. J. Kroes (1951)

Taille

taille, middel; snit; lijf, onderlijfje; auf Taille gearbeitet, getailleerd.