Wat is de betekenis van Schout?

2024-07-14
Winkler Prins Studie

UNIEBOEK | HET SPECTRUM (2024)

2024-07-14
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-07-14
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

schout

schout - zelfstandig naamwoord 1. hoofd van gerecht en politie in vroeger tijden ♢ Amsterdam werd geregeerd door schout en schepenen 1. dat mag ik voorbij de deur van de schout dragen [dat is geoorloofd, wettig]...

2024-07-14
Memo Educatie

Uitgeverij Malmberg (2004)

Schout

Voorzitter van de rechtbank, die benoemd werd door de heer van een gebied.

2024-07-14
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Schout

[MNed. o.a. scoutete of schouthete = persoon die het bevel geeft tot het verlenen van verplichte diensten; van schuld en heten] 1 (gesch.) bep. gerechtsdienaar, hoofd der politie; 2 dijkgraaf.

2024-07-14
Lexicon Nederland en België

Liek Mulder (1994)

Schout

Schout [Middelned. scholt of schult, verplichting], vertegenwoordiger van de heer in juridische zaken; oorspronkelijk zowel in de hoge als in de lage rechtskringen. Later was de schout de vertegenwoordiger van de landsheer bij lage gerechten en stond hij onder de → baljuw, de → drost of de → amman. Het ambachts- of schoutengerecht bestond uit schou...

2024-07-14
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Schout

gerechtsdienaar (gesch.)

2024-07-14
Encyclopedie van de Zaanstreek

Eindredactie Jan Pieter Woudt & Klaas Woudt (1991)

Schout

Overheids- en gerechtsdienaar, zie →Bestuur en rechtspraak. Schotvangers (belastinginners). Zie: →Bestuur en Rechtspraak.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-07-14
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

SCHOUT

vertegenwoordiger van de heer van een heerlijkheid; ook benaming voor voorzitter van rechtscollege in hoge en lage jurisdictie; het bestuur in de steden en dorpen was over het algemeen overgelaten aan schout en schepenen.