Lexicon Nederland en België

Lexicon van de geschiedenis van Nederland & België

Gepubliceerd op 02-08-2017

2017-08-02

Schout

betekenis & definitie

Schout [Middelned. scholt of schult, verplichting], vertegenwoordiger van de heer in juridische zaken; oorspronkelijk zowel in de hoge als in de lage rechtskringen. Later was de schout de vertegenwoordiger van de landsheer bij lage gerechten en stond hij onder de → baljuw, de → drost of de → amman.

Het ambachts- of schoutengerecht bestond uit schout en → schepenen. In Friesland stond de schout aan het hoofd van een → honderdschap. In de steden vormden schout en schepenen het stadsgerecht. Tijdens de Republiek werd de schout door de stadhouder benoemd.