Wat is de betekenis van ruiten?

2018
2020-11-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ruiten

ruiten - zelfstandig naamwoord uitspraak: rui-ten 1. een van de vier figuren van het kaartspel ♢ hij gooide ruiten negen Zelfstandig naamwoord: rui-ten de ruiten

Lees verder
1998
2020-11-24
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

ruiten

1. De op twee na hoogste kleur (na schoppen en harten) en de op drie na hoogste speelsoort (na sans atout, schoppen en harten). 2. De symbolen op de kaarten van deze kleur (♦). 3. Iedere kaart van deze kleur.

Lees verder
1977
2020-11-24
Erotisch woordenboek

Geschreven door Hans Heestermans (1977)

ruiten

ruiten - coïre; eig. ‘brommen, snorren, brullen; kwetteren (van vogels)’. Daer ghingen si onder hem heide (= met elkaar, H.) ruien, X Goede Boerden (ed. VERWIJS) [15e e.].

Lees verder
1973
2020-11-24
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

ruiten

bn., van geruite stof: haar — jurk.

1916
2020-11-24
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Ruiten

Ruiten - (herald.), langwerpige figuren met twee scherpe en twee stompe hoeken, altijd staande op een hunner scherpe punten. Wanneer de ruit de eenige figuur in het schild is, moet zij 2½ deel breed en nog ½ hooger zijn. Drie ruiten, hetzij elkander met de zijden rakende, hetzij van elkander verwijderd of op verschillende plaatsen in het schild sta...

Lees verder
1898
2020-11-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ruiten

Ruiten - v. mv. een der vier figuren op de speelkaarten : rood schuin vierkantje ; kaart met zulk een vierkantje : ruiten is troef; ik heb eene vijfkaart, 100 roem in ruiten.