Wat is de betekenis van razen?

2018
2021-07-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

razen

razen - regelmatig werkwoord uitspraak: ra-zen 1. zich snel voortbewegen en daarbij veel geluid maken ♢ de auto's razen over de snelweg 2. op een heftige manier je afkeuring laten blijken ♢ zij...

Lees verder
1998
2021-07-27
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

razen

laten razen

1973
2021-07-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

razen

(raasde, heeft geraasd), 1. woeden, tekeergaan, wild erop los gaan: een razende Roeland, een dolleman, oneig. van atmosferische verschijnselen, vooral storm en onweer: de storm raast; van de zee of een onstuimige stroom: daar raast de zee en tiert de wind; 2. onzin praten, leuteren, kletsen; 3. in een onbeheerste woordenvloed aan zijn gevoelens (...

Lees verder
1952
2021-07-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Razen

v., raze, balte, jin t(s)jirgje, jin tjirje; — en tieren, roppe en raze.

1950
2021-07-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Razen

(raasde, heeft geraasd), 1. woeden, te keer gaan, wild er op los gaan : een razende Roeland, een dolleman; — oneig. van atmosferische verschijnselen, vooral storm en onweer: een gierende wind die razend langs de gevels der gebouwen huilde; de storm raast; — van de zee of een onstuimige stroom : boven raast de zee en tiert de wind; 2. k...

Lees verder
1898
2021-07-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Razen

Razen - (raasde, heeft geraasd), geweld, leven, rumoer maken: hij is altijd aan het tieren en razen; — driftig worden; ijlhoofdig zijn; — zingen (van water dat begint te koken).

Lees verder
1898
2021-07-27
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Razen

zie Aangaan.