Wat is de betekenis van planten?

2024-02-22
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

planten

(1904) (Barg.) verstoppen (in de grond). • Planten: gestolen goed verstoppen. (A. Aletrino: Handleiding bij de studie der crimineele anthropologie. 1904, woordenlijst achteraan) • De nabestaande hebbe recht op volledig overzicht van onze deelneming. Als jullie dat nog niet kneize, heb-ie nooit eerder van je leve een deftig lijkie zien pl...

2024-02-22
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

planten

planten - regelmatig werkwoord uitspraak: plan-ten 1. in de grond zetten om te laten groeien ♢ Roos plant de nieuwe struiken in de border 2. ergens neerzetten ♢ hij plantte de stoel pal voor het...

2024-02-22
Vloeken lexicon

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg (1997)

planten

zie patat.

2024-02-22
Encyclopedie van de Zaanstreek

Eindredactie Jan Pieter Woudt & Klaas Woudt (1991)

Planten

Zie: “Natuur in de Zaanstreek 2.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-22
Biologische encyclopedie

G. Th. van Kempen (1974)

planten

(L., planta = ent, aflegger, stekje), autotroof of obligaat heterotroof levende organismen, in staat om, door foto- of chemosynthese, anorganische stoffen om te zetten in organische. Zij leven dus autotroof. De obligaat-heterotrofe organismen, die speciaal wat de voortplanting betreft meer met groene planten overeenkomen dan met dieren, worden er o...

2024-02-22
Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950

Pieter Scheen (1969)

Planten

Planten - zie E. IJ. Maillie.

2024-02-22
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar (1936)

planten

(plantte, heeft geplant), (ook:) kweken, verbouwen. Ik ga ook een kostgrondje aanleggen om groenten te planten ( ) (Doelwijt 1971: 29). - Etym.: In AN veroud. Zie ook: kweken.

2024-02-22
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Planten

(Barg.) verstoppen

2024-02-22
Agrarisch Encyclopedie

Veerman (1954)

Planten

Men spreekt van p., indien men bewortelde gewassen verplaatst. Hierbij dient men er voor te zorgen, dat de grond plantklaar is, d.w.z. in zodanige toestand, dat de wortels zich gemakkelijk kunnen ontwikkelen. Indien men het gehele terrein goed bewerkt, hetzij met de hand hetzij machinaal, is het maken van een groot plantgat vrijwel overbodig. Men k...

2024-02-22
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Planten

v., plantsje, sette.

2024-02-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Planten

(plantte, heeft geplant), 1. in aarde, in de grond zetten om te doen groeien: bloemen in de tuinplanten ; aardappelen planten, poten; — een tuin, een haag, een boomgaard planten; 2. verplanten; — gekweekte planten uitplanten; 3. (van cultuurgewassen) aanplanten en kweken: rijst, tabak planten; 4. (palen, s...

2024-02-22
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Planten

Verzorging van de voornaamste kamerplanten en bloemen Gebruikte afkortingen: B=Bladaarde, Bo=Bosgrond, S=oude Stalmest, Z=(scherp) Zand, Gr=Graszodegrond

2024-02-22
Boevenjargon

Professor Henry Roskam (1949)

planten

verstoppen.

2024-02-22
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

planten

plantte, h. geplant (Fr. [Lat. plantare]: 1 gewassen enz. in de grond plaatsen, zodat ze wortel kunnen schieten en groeien; 2 van cultuurgewassen: aanplanten en kweken; 3 bij verg. met het in de grond zetten v. e. boom: in de grond of bovenop iets zetten om daar tijdelijk te blijven staan; 4 in ’t alg. op iets plaatsen of stevig vastzetten; 5...

2024-02-22
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Planten

Zoo is het licht niet alleen de energiebron voor het koolzuur-assimilatieproces der planten, doch het heeft ook een prikkelende werking op de organismen. Eenzijdige belichting van een plantenstelsel veroorzaakt een krommingsbeweging in de richting van het licht. De energie voor deze reactie wordt niet geleverd door het licht; het lokt als het ware...

2024-02-22
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

planten

('plantən) (plantte, heeft geplant) 1. in de grond zetten om te doen groeien: bomen, bloemen, vruchten geplant staan; een haag, een boomgaard, een bos, een wijngaard-; in rijen, rechthoekig, in 't vierkant, in het verband -. 2. aanplanten en kweken: tabak -. 3. in de grond zetten: palen, staken, het ➝ kruis -. ➝ voet. 4. ingang doen vi...

2024-02-22
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

planten

(plantte, heeft geplant), 1. in aarde, in de grond zetten om te laten groeien: een boom planten; aardappelen planten, poten; (bij uitbreiding) een tuin, een haag, een boomgaard planten; (van haren, passief) in de huid gezet, ingeplant zijn; 2. (cultuurgewassen) aanplanten en kweken: rijst, tabak planten; (spreekt.) oesters planten; 3. (palen, stake...

2024-02-22
De vreemde woorden

Fokko Bos (1914)

planten

planten - (argot), verstoppen.

2024-02-22
Vivat's Geïllustreerde Encyclopedie

J. Kramer (1908)

Planten

zijn levende wezens, die zich kunnen voeden en voortplanten, doch gevoel en willekeurige beweging missen. Volgens deze bepaling zal het niet moeilijk vallen het onderscheid te zien tusschen een volkomen georganiseerde plant en een dier van hoogeren rang. Feitelijk zal het echter onmogelijk zijn hiermede tot eene beslissing te komen, wanneer men afd...

2024-02-22
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Planten

Planten (plantte, heeft geplant), in aarde, in den grond zetten (inz. om te doen groeien): bloemen in den tuin planten; aardappelen planten, poten; — (fig.) ergens plaatsen met het doel dat het er lang zal blijven: het geschut op den wal planten; den standaard planten; — de vaan des oproers planten, het oproer beginnen. PLANTING, v. (-...