Wat is de betekenis van overgang?

2020
2023-01-29
Natuurdiëtisten Nederland

Natuurdiëtisten Nederland is een platform, inspiratiebron en kennisinstituut over voeding, opgericht door Marijke de Waal Malefijt, klinisch werkend natuurdiëtist.

Overgang

Onder de overgang wordt verstaan de jaren voor en na de menopauze. De laatste menstruatie heet menopauze en stopt tussen het 45 e en 55 e levensjaar. Tijdens de overgang maken de eierstokken steeds minder hormonen aan. Er is daardoor sprake van een onregelmatige menstruatiecyclus, en de menstruatiebloedingen kunnen verminderen of juist verergeren....

Lees verder
2018
2023-01-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

overgang

overgang - zelfstandig naamwoord uitspraak: o-ver-gang 1. periode waarin de vruchtbaarheid van de vrouw stopt ♢ mijn moeder is in de overgang 2. van de ene naar de andere toestand of plek gaan ...

Lees verder
2010
2023-01-29
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

overgang

De periode waarin de oudere vrouw in haar eierstokken (ovaria) geen geslachtshormonen meer maakt en ze steeds onregelmatiger en tot slot nooit meer ongesteld wordt. In de overgangsjaren heeft de vrouw vaak klachten als zweten, ‘opvliegers’ en in gewicht aankomen (in België: verdikken). Vanaf deze periode heeft ze meer kans op osteoporose. Aan het e...

Lees verder
1973
2023-01-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

overgang

m. (-en), 1. het gaan over iets heen: recht van overgang, recht om over eens anders grond te gaan; 2. (concreet) plaats waar of middel waarmee men de overzijde bereikt: de houten overgang naar het volgende perron; 3. (sterrenkunde) voorbijgang: de overgang van Venus voorbij de zon; 4. het gaan van de ene plaats naar de andere: de overgang van warmt...

Lees verder
1952
2023-01-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Overgang

s., oergong; (op school), forheging, forheegjen (it), forklassen (it).

1950
2023-01-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Overgang

m. (-en), 1. het gaan over iets heen: recht van overgang, recht om over eens anders grond te gaan; — het heeft vannacht een overgang ijs gevroren, het heeft zo sterk gevroren dat men over het ijs lopen kan; 2. (concr.) plaats waar men over iets heen gaat; middel waarlangs men de overzijde bereikt: de houten overgang naar het...

Lees verder
1937
2023-01-29
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

overgang

m. -gangen (het overgaan, in bijna alle bet. inz.: 1 het gaan over iets; 2 verandering; 3 overgave): 1 den vijand de overgang over een rivier betwisten; 2 een snelle overgang van warmte tot koude; Vondels overgang tot het Katholicisme, bekering; 3 de overgang der stad.

Lees verder
1933
2023-01-29
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Overgang

1° (recht) → Uitweg. 2° (Lat.: transitio) In de rhetorica de passage van een redevoering, waar men van het eene deel op het andere, van het eene bewijs op het andere overgaat. De o. draagt er veel toe bij, om den toehoorders het overzicht te vergemakkelijken. De o. moet daarom beknopt en duidelijk zijn, maar ook gevarieerd.

Lees verder
1932
2023-01-29
Muziek

Muziek lexicon

Overgang

zie modulatie.

1930
2023-01-29
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

overgang

('o:vər) m. (-en) I. Eig. het overgaan nl. 1.(1) : recht van -. 2. (2) : de van een rivier. 3. (3) : de van een eigendom. 4. (4) : gang van een planeet voorbij een andere ster: de van Venus voorbij Cassiopea. 5.(5): de van de stad. 6.(6): de naar een hogere klasse. 7.(7): zijn tot het katolicisme. 8.(9): de snelle van warmte tot koude;...

Lees verder
1916
2023-01-29
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Overgang

Overgang. - Het recht van overgang, in de beteekenis van recht om over eens anders grond te gaan, kan bij erfdienstbaarheid worden gevestigd (art. 737 B. W.). Het recht van o. kan zijn een recht van voetpad, rijpad (dreef) of weg (art. 733 B. W.).

1898
2023-01-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Overgang

Overgang m. (-en), het gaan over iets; het overgaan (in alle bet.); het heeft van nacht een overgang ijs gevroren, het heeft zoo sterk gevroren, dat men over het ijs loopen kan; — voorbijgang: de overgang van Venus voorbij de zon; — godsdienstverandering; — (zeew.) verplaatsing: de overgang van den ballast werd gevaarlijk; &mda...

Lees verder
1856
2023-01-29
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Overgang

z.n.v. - Verplaatsing.